Ooit riep ik

Ooit riep ik te pas en te onpas dat ik iedereen in z’n leven een crisis toewenste. Ik kwam zelf net hersteld en wel uit een voor mij aanvoelende ‘levenscrisis’. Mijn collega’s destijds reageerden daarop met veel weerstand. Ik glimlachte dan maar wist eigenlijk niet goed hoe ik moest reageren. Later dacht ik: ‘Wie ben ik om zoiets idioots te zeggen?!’ Vele jaren later kwam ik een van die collega’s weer tegen, en ze herinnerde me aan dat moment. Ze vertelde me dat ze destijds mijn opmerking superirritant vond, alsof ik mijn proces aan hen probeerde op te dringen. Maar nu, na haar eigen crisis te hebben doorstaan, begreep ze waar mijn drang om te delen vandaan kwam. Ze zei dat ze tijdens haar eigen crisis vaak aan mijn woorden had moeten denken.

Dus waag ik me opnieuw aan het schrijven over de andere kant van de crisismedaille. Aan de ene kant verlangen we ernaar zo snel mogelijk terug te keren naar het oude, onze veilige haven waar alles vertrouwd en bekend is. Aan de andere kant zet een crisis juist de motor van verandering in werking.

Crisis in ons leven kan aanvoelen als een verwoestende bosbrand die alles wat we kennen en koesteren bedreigt. We zien het als iets dat ons leven ontwricht, ons in de war brengt, en misschien zelfs ons bestaansrecht doet wankelen. Maar net zoals bij een bosbrand in de natuur, kan zo'n crisis ook een diepere, onzichtbare functie vervullen—het kan nieuw leven brengen.

Adam Grant beschrijft in zijn boek hoe bosbranden, hoewel vernietigend, zuurstof geven aan nieuw leven en ruimte maken voor groei die anders nooit zou plaatsvinden. De oude bomen die ten prooi vallen aan de vlammen, maken plaats voor nieuwe scheuten die sterker en vitaler zijn, zich voedend aan de as van wat ooit was. Zo kan een crisis in ons eigen leven de voedingsbodem zijn voor nieuwe emoties, gedachten en acties. Ze kunnen ons dwingen om los te laten wat ons niet langer dient — oude overtuigingen, gewoonten of relaties — en ons leiden naar een diepere, meer betekenisvolle manier van leven.

In mijn eigen crises (jawel er kwam er nog één) voelde ik beide krachten: een deel van mij wilde vasthouden aan het bekende, terwijl ik tegelijkertijd diep en helder besefte dat ik juist dat vertrouwde moest loslaten. Ik zág waar ik eerder blind voor was geweest. Inmiddels had ik geleerd om op mijn rug te liggen en naar de hemel te staren.

Maar net zoals de brandweerlieden die in hun dodelijke besluit hun uitrusting niet wilden achterlaten omdat het hen zo geleerd was, houden ook wij vaak vast aan wat vertrouwd is, zelfs wanneer dat ons vertraagt of in gevaar brengt. We dragen de lasten van oude overtuigingen, van verhalen die we onszelf vertellen over wie we zijn en wat we moeten doen, omdat ze ons ooit veiligheid en zekerheid boden.

In tijden van crisis is het echter juist deze gehechtheid die ons ervan weerhoudt om onszelf te bevrijden, om sneller en lichter te bewegen in de richting van onze eigen groei.

Loslaten is beangstigend omdat het betekent dat we het onbekende moeten omarmen, dat we moeten vertrouwen dat, net zoals in de natuur, de verwoesting van vandaag de vruchtbare grond zal zijn voor de bloei van morgen. Het vraagt moed om te erkennen dat wat ons ooit beschermde, ons nu in de weg staat. Maar als we die moed vinden, kunnen we onszelf bevrijden van de ballast die ons vasthoudt, zodat we kunnen rennen, groeien en ons vernieuwen. Zo worden we, door de crisis heen, opnieuw geboren — krachtiger, wijzer en meer in lijn met wie we werkelijk zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster