Goudsbloem
Goudsbloem. Boven de foto van de kruidkundige Culpeper. In de middeleeuwen werd in de kloostertuinen de Goudsbloem volop gekweekt. Ook stond het kruid in de ‘Capitulare de Villis’ uitgevaardigd door Karel de Grote, die iedereen verplichtte om hem in zijn kasteeltuin te hebben of aan te planten. In de apotheken werden er zalven voor verwondingen en verzweringen van gemaakt. De Italiaanse arts Pier Andrea Mattioli (1500-1577) prijst Calendula aan bij benauwdheid, geelzucht en hartkloppingen. Volgens mijn weten is het de eerste arts, die de Goudsbloem als 'Herba Cancri' tegen kanker aanbeveelt. De Duitse arts en alchemist Johann Joachim Becker (ca. 1660) schrijft in één van zijn verzen de genezende werking van het kruid: ,,De lever en ook het hart staat dicht bij de goudsbloem. Ze verdrijft niet alleen het zweet maar ook het gif. Bevordert de geboorte en verdrijft de vrouwelijke overgang". Rembert Dodoens schrijft in zijn Cruydtboeck: ,,De bloemen van Goudt-bloemen-cruydt /...