Er was eens een stad

 Er was eens een stad waar de lantaarns flakkerden in de avondwind, en de mensen haastig langs elkaar heen liepen alsof tijd een vijand was die ze voortdurend op de hielen zat. Tussen hen in wandelde een stille figuur, niet uitgedost in pracht of praal, maar met een blik die door muren heen scheen.

Hij zag hoe de mensen verlangden naar zekerheid in een wereld die slechts verandering bood. Zij bouwden hun huizen van steen, maar hun harten bleven rusteloos. Zij schreven hun wetten en regels, maar vergaten vaak de stille wet van liefde die in iedere ziel gegrift staat.

Toen sprak hij:
“Het leven is geen rechte weg, maar een kronkelend pad dat soms omhoog voert, en soms omlaag. Wie de klim durft te wagen, zal zijn adem voelen branden, maar ook de horizon zien verruimen. Wie zich laat meevoeren naar beneden, vindt gemak, maar verliest zichzelf.

Toch is er hoop. Want ieder mens draagt in zich een vonk die sterker is dan de donkerste nacht. Die vonk vraagt niet om uiterlijk vertoon, maar om moed om jezelf te zijn, zelfs wanneer de wereld fluistert dat je moet meelopen. Het is de stem die zegt: kies voor liefde, kies voor waarheid, ook al sta je er alleen mee.”

En terwijl hij verder liep, leek de stad even stil te vallen. Alsof een onzichtbare klok een tel oversloeg. De mensen keken op, voelden een warmte die ze niet konden benoemen, en gingen hun weg met een gedachte die bleef nazinderen:

Dat grootheid niet te vinden is in macht of bezit, maar in het vermogen een lichtje te ontsteken in de duisternis van een ander.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster