Amsterdam wordt graag het Venetië van het Noorden genoemd
Amsterdam wordt graag het Venetië van het Noorden genoemd. En eerlijk is eerlijk: bij zo’n grachtje als de Oudezijds Kolk snap je meteen waarom. Huizen die letterlijk in het water staan, gevels die zich in de gracht spiegelen, een smal bruggetje, een reeks fietsen erbij en klaar is het ansichtkaartje.
Maar vergis je niet. Oudezijds Kolk is helemaal niet als siergracht bedacht. Het was geen romantisch stadsdecor, maar een praktisch staaltje middeleeuwse techniek. Eigenlijk was dit een soort waterkraan van Amsterdam.
Het woord kolk betekent hier namelijk niet zomaar een poeltje of draaikolk, maar verwijst naar de ruimte bij een sluis: de plek waar water werd vastgehouden, doorgelaten en gereguleerd. Via de Kolksluis kon water uit de oude stad richting het IJ stromen. Zo hielp deze kleine gracht bij de afwatering en het doorspoelen van de stad. Niet echt poëtisch misschien, maar wel van levensbelang. Zonder zulke sluizen was Amsterdam waarschijnlijk een stuk minder “Venetië” en een stuk meer “stinkende modderbak”.
Oudezijds Kolk was dus geen deftige wandelpromenade, en dat zie je nog steeds terug: de gracht is maar aan één kant begaanbaar. Langs het water staan bovendien veel oude pakhuizen. Hier draaide het vroeger vooral om laden en lossen.
En dan vraag je je vanzelf af: wat maakte zo’n gemiddeld huis aan deze gracht allemaal mee?
Neem bijvoorbeeld Oudezijds Kolk 3, ook bekend als de Corendraegher, of de Coorndrager, Koorndrager of Korendrager; men was vroeger niet zo streng met spelling. De naam betekent, je raadt het al, korendrager. Het pand was namelijk een pakhuis dat werd gebruikt voor de opslag van graan en daarom ook wel een spijker of spieker werd genoemd. Dat woord komt via het Latijnse spicarium, een opslagplaats voor korenaren. Klinkt chic, maar het betekende gewoon: hier lag graan.
Alsof dat nog niet genoeg was, hoorde er ook een haringpakkerij bij. Graan, haring, opslag, handel, water en schepen - alles kwam hier samen. Dit kleine pandje stond dus midden in de praktische, bedrijvige werkelijkheid van het oude Amsterdam.
In 1880 woedde er een grote brand, maar het pand werd hersteld. In de 19e eeuw werden de panden gebruikt als logementen: eenvoudige herbergen of pensions waar reizigers, zeelieden en tijdelijke arbeiders goedkoop konden overnachten. Later kreeg het huis een heel andere bestemming: er zat ook een bordeel. Misschien past dat wel bij de reputatie van dit stukje stad, want de Oudezijds Kolk stond vroeger ook bekend onder de bijnaam “Het Hoerenkolkje”.
En nu? Nu is Oudezijds Kolk 3 gerestaureerd en heeft het een veel rustiger bestaan gekregen. Na eeuwen van graan, haring, brand, logementen en nachtelijk vertier wordt het complex tegenwoordig gebruikt als verblijf voor gasthoogleraren van de Universiteit van Amsterdam.
En grappig genoeg blijft het academische leven niet eens beperkt tot nummer 3. Even verderop, op Oudezijds Kolk 55, zit namelijk studentenvereniging Unitas. Aan deze kleine gracht verschoof het verhaal uiteindelijk van haring en koren naar studenten en professoren.

Reacties
Een reactie posten