Paradox
Paradox
In de kromme logica van zachte dagen, waar tijd struikelt over zijn eigen voeten, begint iets zonder te beginnen, en eindigt niets ooit echt.Vooraan, in de achtertuin, waar het gras achteruit groeit en de bloemen hun schaduw vooruit werpen, zit hij, verstrengeld in het vroege later. Waar gister nog moet komen, en morgen al is geweest.
Zijn handen schudt hij uit de mouwen, losjes, alsof de wind hem zelf draagt. Een dans tussen doen en laten, een spel van vasthouden en loslaten tegelijk. Hij groet de vogels die nog moeten landen, praat met de echo van zijn eigen gedachten, en luistert naar het gefluister van wat nog niet gezegd is.
Hier, in het midden van de rand, draait de zon een kwartslag terug, terwijl de maan al knipoogt naar de ochtend. De krekels zingen, in stilte, hun luidste lied, terwijl de bomen hun bladeren nog moeten vinden.
Hij wacht op niets, en alles tegelijk. Warm van de kou, en licht van het gewicht. De tijd trekt aan hem, maar hij trekt niet terug. Want hier, vooraan in de achtertuin, staat hij stil in de beweging van het bestaan.
En als je goed kijkt, heel even... Zie je hoe alles klopt, in zijn tegendeel. Zwevend tussen verdwijnen en verschijnen, met een glimlach die fluistert, dat het nu altijd is.
"Wie vooruit wil, moet soms achteruit kijken. Wie stilzit, beweegt misschien wel het meest."
Tussen Toen en Ooit
Wat is een stap, als de grond al wijkt?
Wat is de tijd, als hij stiekem slikt?
Je zoekt vooruit, maar vindt het later, in een plek waar niets zich dringt.
De zon hangt laag, de maan te vroeg,
De echo praat, de stilte luistert.
Je denkt te gaan, maar blijft toch staan, want wat beweegt, is wat je fluistert.
Blijf even staan, adem zacht,
de achtertuin kent geen vergissingen...
Hier rijpen vragen zonder haast,
een antwoord is een schaduw van morgen, geworpen door gisteren.
Reacties
Een reactie posten