Niet mijn feest

 Niet mijn feest

Er zijn momenten waarop ik me een vreemdeling voel in mijn eigen tijd. Alsof ik vanuit een andere bedding naar deze wereld kijk, een wereld die steeds verder lijkt te verdwijnen in vluchtigheid en verdoving. Waar het leven ooit gevierd werd als een heilige dans met de natuur, lijkt het nu te zijn gereduceerd tot een koortsachtig najagen van vergetelheid.

Vroeger vierden mensen de seizoenen, de oogst, de overgang van het ene naar het andere. Feest was een erkenning van de cycli van het leven — het geboren worden, het groeien, het sterven, en het opnieuw beginnen. Men wist: wie feest, eert het leven zelf. Wie viert, viert de wonderlijke eenheid van alles wat ademt.

Tegenwoordig lijkt het feest verworden tot iets anders. De nachten lichten op in kunstmatige kleuren, muziek bonkt als een roep om iets wat niet gevonden wordt. Er wordt gelachen, gezongen, gedronken, pillen worden gretig gedeeld alsof geluk een chemische formule is. Lichamen tonen zich uitbundig, maar zielen blijven verborgen achter glimlachen die even snel doven als ze opflakkeren.

Wat ik zie is niet alleen uitbundigheid; het is ook een diep gemis. Een heimwee dat wordt overstemd door harder te lachen, luider te leven, sneller te vergeten. Geluk wordt gezocht in glazen, in flitsen, in uitbundigheid, maar nooit gevonden, omdat het daar niet woont.

Vaak voel ik me daarin een vreemde. Niet omdat ik beter zou zijn, maar omdat ik iets anders verlang. Ik verlang naar echtheid. Naar aanwezigheid. Naar feesten die de aarde danken, die de verbinding vieren tussen mensen die durven te blijven als het stil wordt. Niet alleen samen zijn om te ontsnappen, maar samen zijn om werkelijk te zijn.

Soms lijkt het alsof schaamte, respect en zelfliefde ouderwetse begrippen zijn geworden. Alsof grenzen een beperking zouden zijn in plaats van een omarming van jezelf. Maar ik geloof nog steeds dat het lichaam heilig is, en dat de ziel vraagt om ruimte, niet om vergetelheid.

Echt leven vraagt moed. De moed om het ongemak te voelen, om door de leegte heen te ademen, om niet elk gat meteen te vullen met lawaai. De moed om trouw te zijn aan jezelf, zelfs als de wereld iets anders lijkt te vragen. Trouw zijn aan het leven betekent niet dat je niet mag vieren — het betekent dat je viert met hart, ziel en bewustzijn… Zonder maskers.

Ik geloof in feesten die wortels hebben, die gedragen worden door betekenis. Feesten waarin muziek het leven omhelst in plaats van de stilte overschreeuwt. Waarin ogen elkaar werkelijk zien en aanraking niet vluchtig is, maar helend.

Ik kies ervoor om te blijven voelen. Om niet te rennen als het pijn doet, maar stil te staan. Om de stormen van mijn eigen binnenwereld te dragen zoals de bomen de storm dragen — buigend, maar niet brekend. Ik kies ervoor om het leven te eren zoals het is: vol licht Ć©n schaduw, vreugde Ć©n verdriet, geboorte, sterven Ć©n wedergeboorte.

Misschien lijk ik soms alleen te staan in deze keuze. Maar in werkelijkheid sta ik nooit alleen. Ik sta met de oude bomen die nog steeds fluisteren in de wind. Met de sterren die weten dat elke duisternis het zaad draagt van het nieuwe licht.
Met de rivieren die blijven stromen, zelfs als niemand kijkt.

In die stille verbondenheid vind ik mijn feest. Een feest dat niet zoekt om te vergeten, maar dat viert om te herinneren wie we werkelijk zijn. Niet een feest van vluchtigheid, maar een viering van het leven zelf — rauw, teder, heilig.

“Vier het leven”

Niet mijn feest

Er wordt gelachen, gezongen, gedronken.
De nachten lichten op in kleuren, flitsen, vluchtigheid.
En toch voel ik het: een leegte die niet met glazen te vullen is,
een gemis dat geen muziek kan overstemmen.

We jagen het geluk achterna in bewegingen zonder wortels,
in nachten die verdwijnen voor we ze hebben beleefd.
We kleden ons uit, letterlijk en figuurlijk,
alsof het lichaam nog het laatste heiligdom was dat vergeten moest worden.

Ik zie harten die verlangen naar verbinding,
maar verdwalen in verdoving.
Ik hoor lachen die even fel opvlamt als ze sterft.
Ik voel mensen die dichtbij lijken,
maar die zichzelf steeds verder verliezen.

Er is zoveel kracht in echt aanwezig zijn,
in het dragen van wie we zijn, zonder maskers, zonder vluchten.
In eerlijk durven blijven, ook als de wereld wiebelt,
ook als de stilte ongemakkelijk wordt.

Ik kies ervoor te blijven voelen.
Te blijven staan.
Niet uit weerstand, maar uit trouw.
Trouw aan het leven dat vraagt om echt geleefd te worden,
niet om vergeten te worden in het voorbijgaan.

Misschien lijk ik soms alleen.
Maar in mijn wortels voel ik:
ik ben verbonden,
met alles wat echt is.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster