Bagage van het Hart
Bagage van het Hart
We slepen allemaal wel iets met ons mee. Geen luxe koffers op wieltjes, maar onzichtbare ladingen van iets wat ooit was. Gebeurtenissen die ons gevormd hebben, relaties die iets achterlieten – soms een kus op de ziel, soms een snede. We noemen het ervaringen, maar eigenlijk zijn het herinneringen die zich vastzetten in ons lijf, in onze blik, in ons vertrouwen.En als we niet uitkijken, geven we die lading door. Niet bewust. Niet omdat we gemeen willen zijn, maar omdat we pijn zijn gaan dragen als waarheid – omdat dat makkelijker lijkt dan er echt naar luisteren. En wat als waarheid voelt, geven we vanzelf door aan de ander – ook als die ander daar niets mee te maken heeft.
Stel je voor: jij komt in mijn leven. Nieuw. Lief. Beschikbaar. Maar in mijn verleden werd ik bedrogen. Gekwetst. Vergeten… Niet gezien. En nog voordat jij ook maar één stap verkeerd hebt gezet, wantrouw ik je al. Niet omdat jij iets fout doet, maar omdat ik de wond nog voel die een ander ooit sloeg. Ineens ben jij niet meer jij, maar word je een spiegel. Van iets wat jij niet hebt veroorzaakt. En toch leg ik het bij jou neer. Heel oneerlijk.
Ik verwacht dat jij me veilig laat voelen. Dat jij bewijst dat jij niet bent zoals de vorige. Dat jij iets herstelt wat jij nooit gebroken hebt. En hoewel dat misschien als liefde klinkt – als hechting, als verlangen – is het in wezen oneerlijk. Want mijn pijn is van mij. Niet van jou. We kunnen het hooguit delen, en leren kennen van elkaar.
Toch is dat wat we doen, zo vaak. We projecteren wat wij nog niet verwerkt hebben op iemand die het niet heeft veroorzaakt. Alsof we onze wond voor hun voeten leggen en zeggen: “Pas op, dat jij dit niet nog eens doet.” En zonder dat we het willen, maken we de ander verantwoordelijk voor het verzachten van iets wat alleen wijzelf kunnen helen – door eerst van onszelf te leren houden zoals we zijn. Zelfliefde.
We verwachten zoveel. Soms zachtjes, soms dwingend, vaak zonder het zelf te merken. Verwachting verkleedt zich als hoop, als verlangen, als verbinding. Maar in de kern is het vaak een voorgekookte uitkomst, waar de ander in hoort te passen – zonder te weten dat het al vastligt. En elke verwachting die voortkomt uit pijn, draagt teleurstelling in zich als schaduw.
Want hoe kan iets ons echt raken als het eerst langs de filters van angst gaat? Hoe kan liefde stromen als het gebonden is aan een bewijsdrang die nooit echt te stillen is? Pas als we ons hart openen zonder agenda – als we eerst onszelf kunnen liefhebben in alles wat we zijn – wordt ontvangen een ervaring zonder voorwaarden. Dan hoeft de ander niets te repareren, niets te bewijzen, niets te dragen wat ons niet toebehoort. Dan is liefde een ontmoeting, geen pleister.
“Oude bagage in andermans handen leggen – in de hoop dat zij het licht genoeg maken om te tillen, dat is geen liefde maar een reflectie van onszelf.”
En nee, dat maakt ons geen slechte mensen. Het maakt ons mens. Maar mens-zijn vraagt om eerlijkheid en bewustzijn. Om het durven herkennen van onze patronen. Om te beseffen dat pijn niet altijd gedeeld hoeft te worden om verzacht te raken – soms verlangt het er alleen naar om echt doorvoeld te worden. In stilte. In rust. In verantwoordelijkheid.
Want pas wanneer we kunnen zeggen:
“Dit is van mij. Niet van jou.”
ontstaat er ruimte. Voor de ander om zichzelf te zijn.
En voor onszelf, om werkelijk te helen – en te mogen zijn,
in al onze onvolmaakte schoonheid van liefde en leven.
“Liefde ontstaat daar waar we elkaar ontmoeten, niet waar we elkaar proberen te genezen.”
Waar Liefde Ontstaat
Leg je hart niet in mijn handen
omdat het breekt in de jouwe.
Ik ben geen lijm,
geen antwoord,
geen medicijn.
Ik ben een ander
met eigen stormen,
eigen stilte.
Liefde is geen heling die je vraagt,
maar een ruimte die je schenkt.
Een open plek
tussen twee ademhalingen,
waar jij - jij bent en ik – ik…
We hoeven elkaar niet te bezitten
om elkaar echt te zien.
Kom niet naar mij
met de roep om herstel,
maar met de stilte
van wie zichzelf durft te ontmoeten.
In het niet-weten,
in het voelen zonder vorm,
ontstaat iets groters dan wijzelf.
Verwacht niet dat ik draag
wat jij nooit kreeg aangereikt,
en reken mij niet af
op de daden van wie jou eerder lieten.
Liefde kent geen schuld en geen verleden.
Ze is een stroom,
oud als de aarde,
zacht als mos onder blote voeten,
eerlijk als het licht dat niets bedekt.
Liefde is geen pleister,
ze is een ontmoeting.
Een dans van twee zielen
die niets willen oplossen,
alleen aanwezig zijn.
Reacties
Een reactie posten