Een Rollercoaster van moe zijn van alles en niets
Een Rollercoaster van moe zijn van alles en niets
Daar zit je dan. Met een kop koffie in de hand, een sigaret erbij, terwijl de wereld om je heen gewoon verder draait. Even stil in het moment. Niet omdat je zo zen bent, maar omdat je simpelweg niet meer weet waar je de energie vandaan moet halen. Moe van alles, en tegelijkertijd van niets. Dat is op zichzelf al bijna een prestatie.Maar serieus, het voelt alsof je in een rollercoaster zit die je niet zelf hebt gekozen. De ene dag lijkt het alsof je misschien wat grip hebt, en de volgende word je bijna achteloos uit de bocht geslingerd. Het begint al bij die dingen die je moet doen, of die anderen verwachten dat je doet. Het woord alleen al is genoeg om je uitgeput te laten voelen: "moet". Het zuigt je leeg nog voordat je eraan begint.
Dan zijn er de mensen. De groepen. De gesprekken waar je bijna standaard "te veel" aan overhoudt. Alsof elk woord en elke blik een stukje van je batterij opslurpt, totdat er niets meer over is. Dus je trekt je terug. Niet uit onwil, maar uit noodzaak. Want op het moment dat je voelt dat het te veel wordt, maakt het niet meer uit wat iemand daarover denkt. Begrip of geen begrip—dat is dan maar even zo.
Toch is dat niet altijd makkelijk. Je was iemand die altijd klaarstond voor anderen, die niets te gek vond. Dat je dat nu niet meer kunt, wringt. Vooral omdat we in een wereld leven waarin iedereen lijkt te rennen, te presteren, en maar door te gaan. Maar hoe harder die wereld schreeuwt, hoe meer jij beseft dat je eigen tempo anders is. En dat mag. Dat moet zelfs (oké, die laatste keer gebruiken we dat woord met een knipoog).
Alsof die vermoeidheid nog niet genoeg is, is daar de realiteit van dakloos zijn. Met je hond als trouwe maatje aan je zijde. Dat is geen verhaal dat je in een kerstfilm ziet, en toch is het jouw leven. En ergens in die rauwheid, tussen het zoeken naar een veilige plek en het navigeren van verwachtingen, is er liefde. De liefde tussen jou en je hond—die is er altijd. Het is een liefde die niet vraagt of verwacht. En dat maakt het misschien wel de meest pure vorm die er is.
Het gekke van dit alles, in deze simplistische manier van bestaan en zijn met al de vermoeidheid van het niets doen en zijn: er zijn geen dromen of wensen. Als iemand mij wel eens vraagt wat ik dan zou willen of wensen, misschien zelf over zou dromen. Dan kan ik die niet beantwoorden omdat die er oprecht niet zijn, omdat ik weet, dat het allemaal vergankelijk is en weinig tot geen waarde heeft of kent. Toch zijn er maar weinig tot bijna niemand, die begrijpt of kan zien dat cadeaus voor mij geen plezier zijn of wenselijk, maar gepaard gaan met trauma en pijn. Ik heb geen wensen, behalve dat ik niets te wensen heb dan een beetje liefde voor elkaar. Is dat dan werkelijk zo vreemd?
Dan is er dat stemmetje nog. Dat zegt dat je niets hoeft, dat het toch niet lukt. Dat tegenwerkt als je kleine dingen probeert te doen. Dat stemmetje—het voelt soms als een overijverige coach die op een totaal verkeerde wedstrijd staat te schreeuwen, alsof je midden in een schaakpartij zit en hij roept: “REN, REN, GOAL!” Dat stemmetje—het kan soms de grootste uitdaging zijn. Het is een deel van jou dat je probeert te beschermen, maar eigenlijk niet meer werkt zoals het zou moeten. Dat stemmetje dat je dan liever wil bedanken. “Dankjewel dat je me probeert te helpen, maar ik heb nu iets anders nodig.” Maar wat dan soms zo egoïstisch voelt terwijl je dat totaal niet bent en wil zijn.
En zo leef je dan, van kop koffie naar kop koffie. Van een ochtendritueel dat even rust geeft, naar een wereld die soms te groot voelt. En toch blijf je bewegen. Hoe klein de stappen ook zijn, je probeert het. Soms vergeet je wat je ook alweer wilde doen, en soms heb je geen idee waar je heen moet. Maar je doet het toch. En dat is wat telt.
Ik vecht niet alleen voor jezelf, maar ook om anderen te blijven helpen. Want in mijn pijn zie ik de kans om te verbinden, om te zeggen: “Je bent niet alleen.” Misschien is dat wel het mooiste wat ik kan doen.
Misschien is dat wel de kern van alles: het vinden van een lach in de tranen, van humor in de absurditeit. Het leven is zwaar, soms verschrikkelijk oneerlijk, maar ook vol met momenten die iets zachts brengen. Zoals die ochtendkoffie. Of die blik van je hond. Of dat kleine moment waarop je even voelt: ik ben er nog. En dat is al heel wat.
“Het leven blijft een rollercoaster, maar misschien hoef je niet altijd de bestuurder te zijn. Soms is het al genoeg om gewoon te blijven zitten, de bochten te nemen zoals ze komen, en te vertrouwen dat er altijd weer een recht stuk komt”
De Kracht van Wat Niet Is
Ik zoek niet wat ik niet heb,
maar vraag me af wat er nog leeft
in de leegte tussen dromen
en de stilte die ik adem.
Er zijn geen wensen die ik kan vangen,
geen verlangen dat ik kan benoemen,
toch voel ik de warmte
van wat ik al heb, van wat ik al ben.
En als de wereld te snel draait,
en ik mijn plek niet meer kan vinden,
leef ik in de pauze,
waar alles even stopt om adem te halen.
Misschien zijn het de momenten van niets doen,
de stilte, de pijn, de lach
die me de kracht geven om verder te gaan,
zelfs zonder te weten waar ik heen ga.
Want de reis is niet in wat we bereiken,
maar in het blijven zitten
op de rollercoaster van het leven,
met een glimlach die zegt…
Ik ben er. En dat is al heel wat.
Reacties
Een reactie posten