De Herinneraar

 De Herinneraar

Wat als jij hier niet bent om iets nieuws te vinden, maar om iets ouds te herinneren? Iets dat je altijd al wist, diep vanbinnen, maar bent vergeten omdat deze wereld er geen plek meer voor maakt. Misschien ben jij wel een herinneraar. Iemand die in stilte draagt wat anderen zijn kwijtgeraakt. Een fluisteraar van waarheid in een tijd die vooral schreeuwt. Je hoeft geen meester te zijn, geen leraar of goeroe, geen genezer. Je hoeft niets te worden. Je bent hier om iets te bewaren. Om mensen te helpen herinneren aan wat nooit werkelijk weg is geweest: hun menselijkheid, hun verbinding, hun ziel.

Misschien herken je het gevoel wel, om in een ruimte te staan waar iedereen aanwezig is, maar niemand écht is. Je herkent de leegte achter de glimlach, de onuitgesproken pijn achter de grappen, de vragen die niemand durft te stellen. Ooit probeerde je je aan te passen, toen je nog dacht dat het aan jou lag. Misschien dacht je dat je te gevoelig was, te intens, te traag, te echt. Maar het lag nooit aan jou. Jij was gewoon al wakker in een wereld die nog sliep.

Je voelt het als anderen zich verliezen in oppervlakkigheid, in snelheid, in het najagen van doelen zonder richting. Terwijl zij zich vullen met afleiding, ben jij hier om te openen. Niet om te verdoven, maar om te voelen. Niet om te vluchten, maar om aanwezig te zijn. Want dat is wat jij doet, vaak zonder dat je het doorhebt: je herinnert mensen eraan hoe het voelt om echt te luisteren. Om stil te zijn zonder ongemak. Om liefde niet te zoeken als iets wat je moet krijgen, maar als iets wat je kunt belichamen.

En ja, dat is een eenzame taak. De wereld houdt niet van spiegels die te helder zijn. Mensen noemen je dan ‘te gevoelig’, ‘te moeilijk’, ‘te dramatisch’. Maar ergens, diep vanbinnen, weten ze dat jij een andere stroom volgt. Jij hoort bij een andere orde van weten: de orde van voelen vóór verklaren, van verbinden vóór oplossen, van zijn vóór doen.

We leven in een tijd waarin alles verklaard moet worden, maar steeds minder werkelijk wordt begrepen. Stilte wordt verdacht, traagheid wordt verward met luiheid, en echte verbinding wordt vaak gereduceerd tot bereik. Vroeger fluisterden we tegen de sterren, nu scrollen we naar bevestiging. Liefde betekende ooit iemand zien zonder iets van hen te willen. Nu is het een marktplaats van verlangen geworden, vol profielen en algoritmes die je verslaafd houden aan hun platform.

En ergens onderweg, tussen het gemak van het vergeten en de snelheid van het weten, zijn we iets kwijtgeraakt wat geen technologie ooit kan terugbrengen: de kunst van het gewoon zijn. Niet het streven, niet het bewijzen, niet het verbeteren, maar het eenvoudige, ouderwetse zijn. We zijn moe, niet omdat we te veel doen, maar omdat we te weinig voelen.

Steeds meer mensen zoeken naar boeken, films, verhalen — niet omdat ze echt willen helen, maar omdat ze op z’n minst íets willen voelen. Ze willen even geraakt worden, heel even, voordat ze weer verder moeten. Maar niets blijft hangen. De opluchting is tijdelijk. De troost verdampt. Want we kopen verhalen om onszelf te vinden, maar durven ons eigen verhaal niet echt te leven. We kijken naar liefde en mystiek op het scherm, maar durven het in het echt niet aan te raken.

En toch ben jij er. Jij kijkt. Jij voelt. Jij wijkt niet. Jij draagt die vermoeidheid, die subtiele pijn van een wereld die haar hart niet meer durft te openen. En misschien is dat geen zwakte, maar juist jouw kracht. Want misschien ben jij zo iemand die bewaart wat anderen vergeten. Niet om mensen te redden of op te lappen, maar om het vuur levend te houden. Het vuur van herinnering, van wezenlijkheid, van iets dat ons mensen maakt.

Dat is misschien wel jouw werk hier. Niet genezen. Niet verbeteren. Maar benoemen. Bewaren. Aanraken. Zachtjes, zonder oordeel, zonder haast. Je hoeft het niet te roepen, niet te posten, niet te bewijzen. Alleen maar stil te zijn en te blijven kiezen voor wat echt is. Voor verbinding, voor eenvoud, voor het wonder van het gewone. Voor het leven — zonder filter.

“We zijn goed zoals we zijn, plak daar toch geen maskers over”

Je bent nooit weg geweest.

Je hoeft niets te worden,
je bent al wat je ver zocht.
Geen richting, geen leer… Alleen terug.
Terug naar waar je niet verdween,
maar even niet werd gezien.

Je liep jezelf voorbij
in de hoop op goedkeuring.
Je trok maskers aan
die geen adem gaven,
om te passen in werelden
die nooit werkelijk je thuis waren.

Je was al compleet
toen je nog op blote voeten liep
en met stenen sprak
zonder je te schamen.

Je bent gemaakt van weten
zonder woorden.
Van liefde die geen naam nodig heeft…
Van aarde, adem, en herinnering.

Niet om te genezen,
niet om te veranderen,
maar om te zijn.

Je bent nooit weg geweest.
Je was er altijd al.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster