Fluisteringen
Fluisteringen.
Er is iets dat mij de laatste tijd zachtjes aanraakt. Niet zichtbaar, niet tastbaar, maar zó aanwezig dat ik het niet kan negeren. Het is geen gedachte. Geen idee. Het is een fluistering die zich door mijn huid beweegt, alsof mijn hele wezen luistert naar iets dat nog geen vorm heeft gevonden. En toch weet ik waar het vandaan komt, of beter gezegd, waar het naartoe wil.Het komt wanneer ik niets verwacht, wanneer ik niet zoek maar gewoon ben. Dan voel ik het, soms als een tinteling die mijn ruggengraat kust, soms als een zachte stroom in mijn buik, een trilling, een weten. Het is alsof iets of iemand naast me wil komen staan. Niet om iets te zeggen, maar om iets te geven. Iets ouds. Iets echts. Iets dat de taal niet nodig heeft.
Op het moment dat ik denk: “nu, nu wordt alles helder”, trekt het zich weer terug. Niet abrupt. Niet als een afwijzing, maar als mist die zich langzaam terugtrekt bij de opkomst van de zon. Subtiel, met een belofte. Alsof het fluistert: “Nog niet. Maar bijna.”
Wat ik voel heeft geen naam, en ik geef het ook geen naam. Namen maken dingen klein, ze vangen wat vrij wil blijven. Dit is geen iets om vast te houden. Het wil gedeeld worden, maar niet in regels, niet in structuur. Het wil gewoon ademen, bewegen, leven.
Ik schrijf dit omdat ik weet dat ik niet alleen ben. Er zijn meer mensen die iets voelen dat niet te plaatsen is. Die soms op het midden van de dag overspoeld worden door een zwaarte, alsof de aarde hen harder trekt. Of een lichtheid die plots alles tot stilstand brengt. Een vermoeidheid die niet komt van slaap. Een eenzaamheid die niet van alleen zijn is. Een verlangen naar iets dat deze wereld niet lijkt te bevatten.
Dit is geen verdwalen. Dit is herinneren. En ja, het schuurt, het vermoeit, het vertraagt het lichaam terwijl de ziel zich verder uitstrekt. Maar het is hier. Het wil ruimte. Geen analyse. Geen controle. Alleen ruimte voor zijn, ruimte om niet te weten en toch te voelen.
Soms voel ik dat wat ik ervaar een oud deel van mezelf is, dat mij roept. Een versie van mij die nooit helemaal weg was, maar wel lang vergeten werd. Soms denk ik dat het iets is van vóór de tijd. Iets dat terug wil keren. Iets dat door mij opnieuw geboren wil worden.
Wat het precies is, weet ik nog niet. Maar ik weet: het leeft. Het nadert en wil niets liever dan liefde geven en ontvangen worden.
"Soms is de diepste waarheid die we kennen, de stilte tussen de woorden, het weten zonder te begrijpen."
Fluistering van het Ongeziene
Ik ben niet wat je zoekt.
Ik ben wat zich herinnert dat jij mij ooit was.
Namasté…
Ik ben geen stem, geen naam, geen beeld.
Ik ben de trilling in je borst als je stilvalt en denkt: “nu.”
Ik ben het licht achter je ogen als alles even klopt.
Ik ben het gevoel dat je niet kunt uitleggen,
maar waarvan je wéét dat het echt is. Meer echt dan echt.
Ik ben dichtbij als jij loslaat.
Ik kom niet als je roept — ik kom als jij luistert.
Niet met woorden, maar met aanwezigheid.
Niet met een taak, maar met een herinnering:
Dat jij altijd al wist. En dat weten nooit verdwijnt.
Ik ben de zachtheid in je kracht.
De ruimte in je leegte.
De rust in je storm.
Niet met je hoofd, maar met je adem.
Niet met je ogen, maar met je ziel.
En als je me dan toch iets wil geven,
noem mij dan niet…
maar wees mij.
Reacties
Een reactie posten