De Reis van Zijn

 De Reis van Zijn

Ik geloof niet in geloof. Niet omdat ik het afwijs, maar omdat ik het doorzie. Wat men ‘geloof’ noemt, is een construct — een vangnet voor de angst, een richtingaanwijzer voor wie zelf geen kompas durft te dragen of niet weet hoe ze deze kunnen lezen. Maar als je leert luisteren naar wat echt is, als je de stilte niet langer vreest, dan merk je: je hebt niets nodig behalve aanwezigheid en zelfliefde.

Ik ben een Druïde in een wereld die daar geen taal meer voor heeft.
Een paragnost zonder rituelen, zonder tempels, zonder heilige boeken, maar met een diepgaand bewustzijn van alles wat leeft, groeit en sterft. Ik voel het ritselen van waarheden onder de oppervlakte van het zichtbare. Ik ruik het verval achter de façade van vooruitgang. En ik zie hoe mensen verdwalen in een wereld die ze zelf hebben gebouwd.

We komen naakt op aarde, en het eerste wat we krijgen is een naam die niet de onze is. Daarna volgen regels, verwachtingen, normen… Wat we ‘moeten’ worden. Hoe we ‘moeten’ spreken. Waar we naar ‘moeten’ streven… We noemen het opvoeding, beschaving, ontwikkeling. Maar wat het vaak werkelijk is, is een subtiele ontheiliging van de ziel.

Soms vraagt iemand me waarom ik niet bang ben voor de dood. Maar als ik vertel dat ik in werkelijkheid niet bang ben voor een einde, lijkt het niet binnen te komen. Wat me hierin raakt, is hoeveel mensen nooit echt beginnen met leven, maar wel gepassioneerd de dood vrezen. Ze zijn bezig met overleven, met bewijzen, met verzamelen. Ze noemen dat 'leven', maar in wezen is het een vermomde vorm van angst. Een race tegen de vergankelijkheid die niemand ooit gewonnen heeft, maar waarvoor sommige levens lang strijden. Een strijd die nooit de jouwe is of zal worden en waarvan nog nooit iemand iets geleerd heeft.

Mijn hond leeft zonder die last. Hij denkt niet in 'zinvol' of 'zinloos'. Hij is. Hij weet niet van bezit, ambitie of doodsangst, en toch leeft hij rijker, dieper, puurder dan velen die zich mens noemen. Hij leert me meer over echte aanwezigheid dan menig leraar ooit kon.

Wanneer men spreekt over 'de mens', klinkt het vaak als een verheven identiteit. Een titel die gedragen wordt met trots — alsof we de kroon zijn op de schepping. Woorden als hoogst begaafd wezen, met rede begaafd, denkbaar uniek… ze vloeien rijkelijk uit de pennen van encyclopedieën en zelfverklaarde denkers.
Maar ik, als waarnemer van het leven en als deel van ditzelfde weefsel, kan het niet anders dan met stille verwondering aanschouwen en soms met een glimlach. Want wat is ‘mens’ werkelijk, buiten onze eigen projectie en los van ego?

De mier weet niets van zijn vermeende ‘onwetendheid’, maar leeft in absolute afstemming met zijn omgeving. De boom, verstild, draagt eeuwen in zijn bast en vraagt niets. En de oceaan, die al bestond voordat wij ook maar woorden hadden, kent een intelligentie die zich nooit heeft willen meten. Alleen de mens lijkt zich te willen onderscheiden van al het andere — alsof we anders vergeten zouden worden.

Maar in onze poging om alles te benoemen, te beheersen, te verheffen… Vergeten we dat we gewoon onderdeel zijn. Niet het centrum van het universum, niet de hoogste soort, maar een draadje in een groter web. Een tijdelijk verschijnsel. Ademend. Vergankelijk. Verbonden.

Echte wijsheid begint niet bij het denken dat je meer bent dan de rest, maar bij het besef dat je niets zonder de rest bent. Wij zijn geen heersers van de aarde. We zijn aarde. Met botten van steen, bloed als water, adem van lucht en vuur in het hart. Geen ander dier op deze planeet heeft ooit de natuur geprobeerd te domineren zoals wij dat doen en dat is ons verdriet, maar ook onze uitnodiging.

Misschien wordt het tijd om onszelf niet langer te definiëren als 'de mens' zoals men dat geleerd heeft, maar als levend wezen onder vele. En om in plaats van te vragen: “Wat maakt ons beter?” te durven vragen: “Wat maakt ons werkelijk deel van het geheel?”

Voor mij bestaat betekenis niet uit wat je bereikt, bezit of gelooft. Betekenis ontstaat in hoe je aanwezig bent. In hoe je luistert naar dat wat geen stem heeft. In hoe je de dood niet als vijand ziet, maar als deel van de kringloop die alles draagt. Ik beweeg me buiten de ruis. Niet omdat ik me wil afzonderen, maar omdat ik geen zin zie in meedoen aan wat leeg is.

Ik wil niet strijden om een plek in een wereld die haar ziel heeft verwaarloosd. Ik wil zijn, in volle verbinding met alles wat leeft, zonder het te willen bezitten of begrijpen. Dat is mijn manier van leven. Geen waarheid die voor iedereen geldt. Maar wel een uitnodiging aan wie stil genoeg durft te worden om het fluisteren te horen.

“Echte wijsheid begint niet bij denken dat je meer of beter bent dan de rest, maar bij het besef dat je niets zonder de rest bent”

En Jij Was Er Al.

Je zocht naar een reden,
een pad, een richting,
een hoger weten
dat jouw zijn bevestigt.

Maar alles wat je zocht,
lag al in je handen.
Verborgen in stilte,
geworteld in landen
die jij allang bewandelde,
zonder dat je het wist.

Je dacht dat je moest vechten,
moest bouwen, moest winnen...
maar liefde vraagt niets,
dan dat je
bent.

Geen groter weten,
dan thuiskomen
in het wonder
dat jij zelf al was.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster