De Kunst van de Dubbele Ontkenning
De Kunst van de Dubbele Ontkenning
Taal is een wonderlijk fenomeen. Het is een brug tussen mensen, een voertuig van ideeën, en een spiegel van ons onvolmaakte bestaan. Maar soms, wanneer we in onze haast duidelijk willen zijn, verandert die prachtige brug in een wankele koorddans boven een zee van verwarring. Neem de dubbele ontkenning – een taalkundige boemerang die vaker op onszelf terugkaatst dan dat hij zijn doel treft.Stel je een buurman voor die je bij de koffieautomaat met stelligheid toevertrouwt: “Ik heb nooit geen hoofdpijn.” Wat bedoelt hij nu precies? Heeft hij altijd hoofdpijn? Of nooit? Of zweeft hij ergens in een metafysische mist van hoofdpijn loze onzekerheid? Je voelt de spanning van het onuitgesprokene, en toch wil je hem niet direct tegenspreken. Maar goed, laten we eerlijk zijn: de vraag brandt op je lippen. Dus je waagt het. “Dus... je hebt altijd hoofdpijn?” vraag je, met een glimlach die onschuld moet uitstralen, maar in werkelijkheid vol leedvermaak is.
Wat volgt, is een blik – een mengeling van irritatie, ongeloof en lichte zelftwijfel. “Je begrijpt me toch?” zucht hij. Ja, natuurlijk begrijp ik je. Maar begrijp jij jezelf?
Patatje Met Zonder: Het Culinaire Dilemma
“Een patatje met zonder, graag.” Ah, de gouden woorden die elke frietboer een fractie van een seconde doen aarzelen. Wat betekent het? Met zout, maar zonder saus? Of met saus, maar zonder zout? Misschien zelfs zonder beide, maar met een side-order van teleurstelling?
Ik moet bekennen: als ik zulke pareltjes hoor, voel ik een lichte kortsluiting in mijn hersenen. Maar is dat niet het wonder van taal? Dat we zelfs nonsens zinnen kunnen produceren die – tegen alle logica in – tóch worden begrepen. En dat we met een knipoog en een likje mayonaise elkaars grillige communicatiekunst accepteren.
De Diplomatie van “Niet Onlogisch”
Laten we nu naar het walhalla van de nuance reizen: “Dat is niet onlogisch.” Deze uitspraak is de schilderijlijst zonder schilderij. Het balanceert op de grens van zeggen zonder iets te zeggen, en toch klinkt het alsof je een diep inzicht deelt. Maar laten we eerlijk zijn: “niet onlogisch” is gewoon een chique manier om te zeggen dat je het ook niet helemaal snapt. Probeer maar eens serieus te blijven kijken als iemand dit zegt. Je hersenen willen automatisch vragen: Is het dan logisch? Of gewoon een beetje lui logisch?
Ik Heb Nog Nooit Niets Gezien
En dan is er de poëzie van absolute verwarring: “Ik heb nog nooit niets gezien.” Het klinkt als een koan, een zen-raadsel dat je diep in jezelf moet voelen om te begrijpen. Betekent dit dat je altijd iets ziet? Of nooit? Als je dit zegt, voel je je misschien filosofisch, maar je luisteraar kijkt alsof je hem net gevraagd hebt het Pi-getal uit te rekenen tot duizend decimalen.
Hetzelfde geldt voor: “Hij zei nooit niks.” Je zou denken dat deze persoon een wandelende encyclopedie is, een fluisteraar van onophoudelijke waarheden. Maar nee, de spreker bedoelt simpelweg dat hij stil was. Hoe moeilijk kan het zijn om te zeggen wat je bedoelt? Blijkbaar héél moeilijk.
Waarom We Dol Zijn op Verwarring
Het mooiste aan dit alles? Dubbele ontkenningen, onduidelijke uitspraken en hun vage broertjes maken taal menselijk. Ze zijn een weerspiegeling van onze neiging om dingen ingewikkelder te maken dan nodig, van onze onzekerheden en onze creatieve zucht naar flair. Want laten we eerlijk zijn, wie wil er nu kleurloos door het leven gaan? Een vleugje tegenstrijdigheid maakt alles spannender.
Dus de volgende keer dat iemand je vertelt: “Ik heb nooit geen zin in dit soort dingen,” glimlach dan breed. Niet omdat je het begrijpt, maar omdat je het viert. Misverstanden maken ons menselijk, en taal – met al zijn grillen – blijft een heerlijk spel. En wie het meest lacht, wint.
"Een taalkunstenaar waarvan ik nooit geen snars misvatte,
is als een regenbui met zonder jas – verwarrend, maar nooit onbevattelijk
De Dans van Dubbele Woorden
Een zin die nooit geen einde vindt,
waar alles niets en niets alles bemint.
Met zonder twijfel ga ik voort,
een reis langs woorden, nooit ontspoord.
De frietboer vraagt: “Wat bedoel je echt?”
Ik lach, want taal is nooit oprecht.
Met zonder saus, maar met wat zout,
een glimlach die in dubbelheid verdwaalt.
“Niet onlogisch,” fluistert het geluid,
alsof de logica zich binnenstebuiten buigt.
Wat ik zeg, bedoel ik vast,
maar toch in cirkels, zoals het past.
Dubbele negaties dansen licht,
zoals schaduwen zonder zon op het gezicht.
“Ik heb nooit niets,” roep ik luid,
en voel de stilte die daaruit fluit.
Een kunstenaar van taal, met zonder doel,
een regenbui die heerlijk verpoelt.
Want wat ik zeg, dat meen ik wel,
maar niet altijd met een rechte spel.
Dus lach om taal, het wonder dat blijft,
waar elk misverstand een schat omschrijft.
De dans van woorden, vrij en fijn,
een spel dat altijd dubbel zal zijn.
Reacties
Een reactie posten