Een grap en de wereld gaat “stuk”

 Een grap en de wereld gaat “stuk”

Humor. Ach, dat glorieuze levenselixer waarmee we ooit de absurditeit van het bestaan onschadelijk konden maken. De zachte rebellie tegen alles wat zinloos voelt. Een grap als minieme aardbeving in het collectieve bewustzijn, even schudt alles, even is niets heilig, even zijn we vrij.

Maar tegenwoordig lijkt lachen op dansen in een mijnenveld. Je denkt een luchtige opmerking te maken, een onschuldige woordspeling misschien, maar binnen drie seconden verandert het gesprek in een VN-conferentie. Een grap over het weer? Nee hoor. Je krijgt een lezing over klimaatverandering, de CO2-uitstoot van je paraplu en of je regenjas wel ‘fair-trade’ is. Dat is geen humor, dat is mening met een mega-phone!

We leven in tijden waarin een mop eerst door een ethische commissie lijkt te moeten voordat-ie je lippen mag verlaten. Alsof je met elke kwinkslag een morele verklaring moet bijvoegen: ‘Beste mensen, deze grap is geverifieerd, vrij van raciale, gender-gerelateerde of culinaire kwetsuren. Voldoet aan de Humorcode 2025. Humoristisch verantwoord verklaard.’

Koekkoek!

Je zegt “worst” in een zin, en voor je het weet bevind je je in een discussie over vleesindustrie, dierenrechten en de innerlijke trauma’s van sojabonen. Het is alsof elk woord een vergrootglas oproept en elke glimlach een verklaring behoeft.

En dan: sociale media — het digitale hof van verontwaardiging, waar de guillotine altijd klaarstaat. Je post een meme over je ontbijt, en plots bevind je je in een ethisch tribunaal. "Waarom avocado? Waarom die yoghurt? En heb je wel nagedacht over de culturele deugdscore van havermelk?" Alsof humor geen middel meer is om te verbinden, maar een test die je moet doorstaan.

Niet elke opmerking is een aanval. Niet elke grap is een daad van terreur. Soms is een grap… gewoon een grap. Een poging om zuurstof in de kamer te blazen waar iedereen zijn adem inhoudt van politiek correcte verstikking. Want ja, de wereld is knettergek. En soms is lachen de enige manier om onszelf niet uit het raam te gooien.

“ik ga stuk.”
Zogenaamd hét bewijs dat iets hilarisch is. Alleen… niemand gaat meer werkelijk stuk. Geen traan, geen buikschok, geen spartelend lachgeluid. Je hoort het mensen zeggen met een gezicht als een bakstenen muur. Alsof ze een thermostaat instellen.
“Ik ga stuk.” Zonder dat er iets in hun lijf beweegt. Humor is kennelijk verworden tot een gedachte-experiment. Een mentale aantekening: ‘dit zou leuk moeten zijn.’
Maar lachen? Echt lachen? Is bijna net zo ongepast geworden als hoesten in een stiltecoupé. We zijn vergeten hoe je de mondhoeken optrekt zonder daar eerst toestemming voor te vragen of filters overheen te plakken.

We zouden onszelf weer mogen herinneren aan iets fundamenteels: humor is de taal van de ziel. Een spiegel met een clownshoofd, die ons toont hoe belachelijk serieus we onszelf zijn gaan nemen. En ja, soms is een grap slecht. En dat is oké. Slechte grappen zijn als kromme schilderijen — je hangt ze recht, je glimlacht en je loopt door.

We verliezen iets belangrijks als we blijven doen alsof elk woord tot in de eeuwigheid moet worden afgewogen. Alsof er geen verschil meer is tussen een grijns en een aanval. Alsof de hele wereld één grote rechtbank is waar ironie geen plaats meer heeft.

Een lach is geen misstap. Het is soms de enige overgebleven uitweg. Een verzet tegen het loodzware gewicht van ons alledaagse bestaan. Een liefdevolle middelvinger tegen de onzin van het moment. En heel misschien… is dat precies wat we nodig hebben.

"Lachen is de kortste afstand tussen twee mensen."

"Stuk vanbinnen"

Ze zeggen het vaak, en steeds weer opnieuw:
“Bro, ik ga stuk” — maar hun gezicht blijft koel.
Geen lach, geen traan, geen schouder die schokt,
Alleen stilte… en een blik die niets ontlokt.

We lachen niet meer, we beoordelen snel.
Een grap? Dat vraagt nu om een moreel spel.
Is het inclusief? Is het wel fijn?
Heeft niemand zich gekwetst gevoeld…

Vroeger rolden we van stoelen, gierden we het uit,
Nu scrollen we weg met een digitale snuit.
Humor is verdacht, verdraaid, bekeken,
Alsof elke mop een bom kan blijken.

We zeggen “hilarisch”, maar leven op slot,
Want écht lachen, dat durven we niet meer...
Te luid, te echt, te ongefilterd misschien…
Wat als iemand dat hoort? Wat als iemand dat ziet?

Doe eens gek. Laat het maar gaan.
Laat je schater ontsnappen, al is het spontaan.
Lachen is leven, is mens durven zijn.
Echt niet elke grap hoeft beschaafd of rein.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster