Zo'n dag als gisteren
Zo'n dag als gisteren
de mens draait
aait de kat
het beestje vlucht
beducht voor
verdere aanhankelijkheid
het leven was sloom
de econoom zweeg
zijn wijze woorden
die stoorden toch
wijsheid loste op
en dan de ijscoman
ijs smolt in de hoorntjes
kinderen van de wijs
zij willden likken
verhitte tong stillen
dan de mussen
op het hete dak
zij kussen de schaduw
het is hun vak
niet dood te vallen
en toch aan deze dag
kwam ook een einde
weet je wat ik zag
een wolkje dat deinde
guitig maar vol nattigheid
Reacties
Een reactie posten