De brandnetel
De brandnetelHet lijkt wel of de brandnetel lak heeft aan zijn hogere broeders en zusters in het plantenrijk.
Een veldheer die met vuur in zijn ziel ieder jaar weer een stukje aan bij zijn bezit weet toe te voegen. Hoe kan het ook anders met zijn beschermend wapenarsenaal.
Hij heeft zich een ondoordringbaar pantser aangemeten, voorzien van kleine speertjes, die het winnen van al de prikkeldraad versperringen, die wij als vernuftige mensen konden bedenken.
Door deze kleine 'speertjes' weet de brandnetel overal diep ontzag in te boezemen. Ieder van ons heeft wel eens met zijn antropocentrische wereldbeschouwing de brandnetels voor duivels en lastig onkruid uitgescholden.
Zeker wanneer hij of zij de pijltjes van deze veldheer, die doortrokken zijn met mierenzuur, in zijn huid blijft steken. Want deze bovenste pijlpuntjes laten bij het minste of geringste los.
De gestoken mens der schepping die met een pijn doortrokken gelaat, kwaad over deze pijnlijke plekken heen gaat wrijven, weet vaak niet dat hij deze veldheer bewust helpt met de overwinning. Want aan ieder speertje zit een gifzakje dat bij aanraking openbarst en zo het gif verspreidt. Het lijkt een beetje op slangengif. Maar bij de slang is de kwantiteit van het gif veel hoger en dus gevaarlijker voor de mens.
Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat we respect hebben voor deze veldheer en er met een wijde boog omheen lopen.
In een vroegere tijd dan tegenwoordig had men al respect voor deze plant. Door Plinius de Oudere (77 n.o.j.) werd er zelfs op gewezen. Hij raadde aan, om als men de wortel wilde uitgraven om daarbij de zieke te noemen die men wilde genezen. Ook was het belangrijk om daarbij de naam van zijn zoon of dochter te noemen.
Eeuwenlang zijn deze rituelen uitgevoerd tot zelfs tot aan het midden van de 20e eeuw toe. In Brandenburg ging de zieke,’s avonds na zonsondergang, naar een eenjarige Brandnetel toe en sprak de volgende formule:
,,Nebelstang, ich klage dir: Nem Siebenundsiebzigsterlei Fieber plaget mich. Nimm es ab von mir, Behalt es an dir In Namen Gottes des Vaters enz.
Terwijl hij deze spreuk uitspreekt strooit hij wat zout op de Brandnetel. Deze ceremonie moet wel drie avonden achter elkaar herhaald worden. Als de Brandnetel na drie dagen verwelkt is dan zou ook de zieke zijn genezen.
In Pommeren gebruikte men dezelfde methode maar met een andere spreuk:
,,Goede avond Oude, ik breng je de hete en de koude koorts, die bij mij zal verdwijnen en jij zal krijgen.”
Deze rituelen die men gebruikte in Duitsland zijn niet overgenomen uit het werk van Plinius de Oudere (77 n.o.j.). Omdat het gebruik ook bij de Slavische volkeren en zigeuners voorkomt. Soms ook met het gebruik van zout en het uitspreken van toverspreuken.
De zigeuners verklaren de kracht van de Brandnetel omdat hij op plaatsen zou groeien waar de geheime ingang is van de aardgeesten de ‘Pcuvushen’.
Er is eigenlijk geen streek op te noemen waar de Brandnetel niet spontaan als een tover- maar ook als ontoverkruid verschijnt.
Groot is dus de macht van deze vurige plant die gif in het bloed brengt zoals de beet van een slang. De inhoud van de brandharen heeft men vroeger met de giftanden van een slang vergeleken.

Reacties
Een reactie posten