Vandaag ga ik jullie vragen

Vandaag ga ik jullie vragen heel eerlijk naar jezelf te zijn. Gaat je ervoor zitten?

Mijn eerste vraag is namelijk: hoezeer ben jij eigenlijk wel trots op jezelf dat je zoveel voor anderen doet? Misschien een bescheiden klein beetje? of juist heel veel? Heb je geen idee? Of merk je al weerstand als je het woord trots ziet staan? Het is allemaal goed. Hoewel ik wel nieuwsgierig wordt naar wat je onderdrukt als je weerstand voelt.

De volgende vraag: als jij zoveel (of zelfs minder dan zoveel) voor anderen doet, hoe reageer je dan wanneer je merkt dat die ander het niet opmerkt? Of tenminste niet op de manier waarop je had gehoopt?

Voel je frustratie, weerstand ( is ie weer ) of borrelt er zo nu en dan lichte boosheid hierover, op? We gaan een tandje eerlijkheid bijzetten: is het mogelijk dat je er stiekem toch wel wat voor terug verwacht? Op z’n minst een bedankje of wat aandacht? En als je dat niet krijgt, merk je dan dat je wat afstandelijker wordt? Je wellicht snibbig reageert of juist dwingend wordt?

Of is er een kleine kans dat je lichtelijk manipulerend toch nog poogt om datgene te krijgen waar je op gehoopt had? Hoezeer laat je je hierin zien? Of spreek je je uit hierover?

De kans bestaat dat alles wat je hierover voelt, niet eens in je bewustzijn toelaat. En nu? Nu je dit bij jezelf hebt kunnen nagaan?

Hoewel je mogelijk stiekem wel trots bent over het feit dat je altijd voor anderen klaarstaat, is het niet onwaarschijnlijk dat de boosheid die je hier eveneens over voelt, het daglicht niet mag zien. Dat schaamte hierover je op je bekende plek houdt.
En toch gebeurt er onder de oppervlakte heel veel.

De onuitgesproken formule van altijd voor iedereen klaarstaan, is namelijk: geef mij terug (verwachtingen) van wat ik allemaal weggeef anders krijg je mijn afsluiten, terugtrekken, afwijzing, aanklampen, bekritiseren of mijn chagrijn. En aangezien we met z’n allen een collectieve allergie hebben voor emotionele chantage, zal deze druk ervoor zorgen dat we zeker niet geven wat de ander impliciet of iets minder expliciet van ons vraagt.

Vroeger of later zal deze onderhuidse boosheid en woede tot een uitbarsting komen. Ik mag er met enige regelmaat getuige van zijn als ik stellen in de kamer heb. Er is eigenlijk maar ƩƩn manier om deze boosheid op te lossen. En dat is niet om de ander verantwoordelijk te maken.

DĆ© manier is om te erkennen ( vraagt wederom eerlijkheid naar jezelf toe ) dat trots ( ‘kijk eens wat ik allemaal doe’) je onbewuste drijfveer is dat je zoveel weggeeft. Als je deze ziet en erkent, kun je je eraan overgeven en het loslaten. Daarna doe je hetzelfde met de ontstane gehechtheid aan zelfmedelijden (‘ik heb alles gegeven voor jou en wat heeft het me gebracht?!’).

Als je deze onbewuste gevoelens helemaal omarmt hebt, kun je ruimte maken voor een heel nieuw perspectief; jouw vermogen om zoveel te geven, is prachtig op zichzelf. Jouw inspanningen helpt anderen en wat een vreugde kun je daaruit ontlenen. Je doet het voor de ander Ʃn voor jezelf.

Je ontvangt wat je geeft als je loslaat dat onbewust en heel diep van binnen, een dwingend appĆØl doet dat de ander je iets teruggeeft voor je inspanningen.

Let maar op: als je daar aankomt, wordt het een stuk lichter en fijner. Schuld en schaamte hebben namelijk geen stem in de vreugde van geven.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster