Een goochelaar

 Een goochelaar trad avond na avond op aan boord van een groot cruiseschip. Zijn trucs waren verbluffend, zijn gebaren feilloos, zijn glimlach onwankelbaar. Het publiek juichte - behalve één toeschouwer: een papegaai.

De papegaai was van de kapitein, en had de show al zo vaak gezien dat hij alles doorhad. “Linkermouw!” riep hij. “Onder je hoed!” “Achter je rug!” Iedere avond opnieuw ontmaskerde hij de illusie, tot grote woede van de goochelaar. Maar hij kon het beest niets maken.

Tot op een nacht het schip op een mijn liep. Een doffe dreun, een schokgolf, en alles verging in chaos. Van het schip bleef niets over. Alleen de goochelaar en de papegaai overleefden - samen dobberend op een stuk wrakhout in de eindeloze oceaan. Dagenlang zwegen ze. De goochelaar, uitgeput, met lege handen. De papegaai, zwijgzaam, turend over het water.

En toen, op de zevende dag, sprak de papegaai zacht maar beslist: “Ik geef het op. Waar heb je dat schip gelaten?”

Het is een grap - maar ook een pijnlijke spiegel. Want wat als we die goochelaar blijken te zijn? Wat als wij, als mensheid, al jaren bezig zijn met het opvoeren van een spectaculaire show? We hebben illusies van vooruitgang, van controle, van oneindige groei gecreëerd. We verplaatsen bergen, temmen rivieren, grijpen in op genen, sturen satellieten naar Mars - en geloven dat we meester zijn van het heelal. Applaus! En wie door onze trucs heen prikt, wordt als spelbreker of zwartkijker aan de kant gezet.

Maar inmiddels kraakt het schip. De zee stijgt. Het klimaat kantelt. Soorten sterven uit. Ecosystemen storten in. Mensen vluchten, verhongeren, verdrinken. En nog steeds blijven we staren naar de show - onszelf in de rol van slimme goochelaar. We denken: “we lossen het wel op met technologie… met marktoplossingen… met een beetje compensatie hier, een ‘duurzaam’ label daar…” Alsof we de werkelijkheid kunnen blijven manipuleren zonder dat het decor ooit instort.

Maar de papegaai weet beter. De papegaai is de stem van het geweten. De natuur. Het kind dat zegt dat de keizer geen kleren aan heeft. De innerlijke roep die vraagt: waar zíjn we eigenlijk mee bezig? En hoe komt het dat zovelen deze roep niet meer horen?

Misschien omdat we het schip - het grote geheel waar we allemaal op dobberen - zijn gaan beschouwen als eigendom. Iets dat van ons is, iets waar we op mogen grabbelen, verdelen, misbruiken, zolang we de show maar gaande houden. We kappen bossen, omdat het rendement oplevert. We verdringen de biodiversiteit, omdat het economisch “onhandig” is. We pompen CO₂ de lucht in, omdat het de motor is van ons systeem.

En dan, op een dag, zal iemand zich afvragen: “Waar is het schip gebleven?”

En dan zwijgen we. Of we maken er een nieuwe goocheltruc van: CO₂-opslag, kernfusie, nog méér technologie. Nog een keer proberen de papegaai stil te krijgen. Want stel je voor dat we écht zouden luisteren. Dat we écht zouden toegeven dat we het niet meer weten. Dat we écht zouden erkennen: we hebben het schip niet laten zinken - we hébben het laten verdwijnen.

Wie durft er vandaag nog te zeggen: stop de show? Wie durft te weigeren mee te klappen voor illusies die ons over de rand duwen? Wie durft naar onze innerlijke papegaai te luisteren? Want die papegaai stelt eigenlijk een heel eerlijke, eenvoudige vraag. Niet als aanklacht. Maar als uitgestoken vleugel: Waar is het schip gebleven? Op het moment dat we naar die innerlijke papegaai gaan luisteren, komen we erachter dat we de verbinding met de Bron nooit zijn kwijtgeraakt? En dat is het meest hoopvolle perspectief… we komen weer thuis…

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster