De Boterbloem


 De trotse Boterbloem

Het paadje wat door de struiken liep was nauwelijks te zien en begaanbaar. Maar de nieuwsgierigheid won de overhand. Met wat schrammen op mijn armen kwam ik uit op een grasveld. Nu pas zag ik dat er ook een andere weg naar dit stukje grasland liep. Maar goed, daar ga het nu niet over.

Het stukje grasland stond vol met paardenbloemen, witte en paars gekleurde klaverbloemen. Wat afzijdig stond een Boterbloem op een lange steel waarvan de glanzende bloemblaadjes op staafjes goud leken.

De bloemen vonden het prachtig dat zo’n mooie boterbloem bij hun in de wei stond. Daarentegen de Boterbloem vond het maar niks en bemoeide zich niet met het lagere volk, daar was hij veel te trots voor.

Een stukje verder op stond een heester waar een Winde zich om heen had geslingerd. Haar grote witte bloemen waren al op een afstandje te zien. Het leek wel of de witte bloemen van de heester zelf waren.

De Boterbloem had zo al eens met een schuin oog naar de heester gekeken. Hij vond het maar vreemd dat de heester nooit iets tegen de Winde had gezegd. Op een dag zei de Boterbloem tegen de heester. ,,Heeft ze het wel eens aan je gevraagd of ze op je mocht leunen?” ,,Nee, als ik ze niet zou helpen dan zou haar stengel over de grond kruipen en niemand zou haar mooie bloemen die tussen het gras liggen opvallen.

De Winde was helemaal in haar nopjes hoe de heester over haar sprak. Met een zielig stemmetje zei de Winde: ,,Ik kan het toch niet helpen dat mijn stengel zo zwak is en dat ik op iemand moet leunen.” ,,Dat is best mogelijk dat je er niets aan kan doen. Maar het is toch je eigen schuld. Je had het moeten leren toen je klein was, zoals iedereen. Maar zo te zien heb je er geen moeite voor gedaan. Je was er gewoon te lui voor”, zei de Boterbloem.

Iedere keer als de Boterbloem wat zei gingen de kopjes van de Winde steeds verder naar beneden. De heester begon boos te worden op de Boterbloem en zei: ,,Als je zo doorga dan kunnen we geen vrienden meer zijn. Ik vind het helemaal niet erg dat de Winde bij mij woont. En, iedere nacht mogen de torretjes en vlindertjes in haar bloemen slapen en dat helemaal voor niets.”

,,Nou ik weet wel wat ik ga doen. Lekker verder groeien, zodat iedereen kan zien hoe mooi ik wel ben. Het zal niet lang meer duren voordat iemand mij af plukt. Dat zou ik nou zo graag willen.”

,,Vind je het leuk als je geplukt wordt”, vroeg de heester die zijn takken schudde bij alleen de gedachte al. ,,Natuurlijk vind ik dat leuk”, antwoordde de trotse Boterbloem. ,,Er komen hier vaak wandelaars langs het pad, die mij zien staan en plukken.” ,, Dat begrijp ik niet”, zei de heester. ,,Ik dacht toch dat je slimmer was dan je neus lang is”, sprak de Boterbloem uit de hoogte. ,,Als ik straks geplukt wordt dan zetten mij in een hele mooie vaas en dan kan iedereen van mij genieten met mijn gouden blaadjes. Nee, ik zal ze niet vuil laten worden door er spinnen of andere ongedierte er op te laten lopen.

De arme Winde begreep drommels goed dat het over haar ging en haar kopjes zakten nog verder naar beneden. Ze waren zover gezakt dat ze bijna de grond raakten.

,,Moeder kijk eens wat een mooie Boterbloem”, riep Stijn. ,,Mag ik hem plukken?” Stijn had het nog niet gezegd of de Boterbloem keek triomfantelijk en lachend naar de heester en de Winde. ,,De Boterbloem kon het niet laten om er nog een schepje bovenop te doen, zie je nu wel. Misschien sta ik dadelijk wel tussen honderden zeldzame planten in de mooiste bloemenwinkel. Jammer dat jullie hier moeten blijven en mij niet kunnen bewonderen.”

Toen ze thuis kwamen zei moeder Joyce: ,,Stijn waar heb je, je Boterbloem gelaten dan zal ik hem in een vaasje zetten. ,,Ik geloof dat ik hem verloren heb.”

Ondanks alle vernederingen die de Winde te verduren had gehad van de Boterbloem, mompelde: ,, Wie weet, wat er met haar gebeurd is” en opende haar kelken wijd open voor de torretjes en vlindertjes”

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster