We ontmoeten onszelf altijd
We ontmoeten onszelf altijd in de blik van de ander. Soms zie je daarin warmte en bevestiging, soms herkenning. Maar net zo vaak draagt de ander angsten, overtuigingen of onverwerkte pijn met zich mee. Dan verandert die blik in projectie, een vervormd beeld dat weinig zegt over wie jij werkelijk bent.
Ik heb een tijd gekend waarin dat heel sterk speelde. De beelden die mij werden toegeschreven, kwamen steeds verder af te staan van mijn werkelijkheid. Er werd gesproken over wat ik niet zou kunnen, wat ik miste en waarin ik tekort zou schieten. Alsof het vastgelegde eigenschappen waren, onwrikbaar en los van de invloed van interactie. Pas later zag ik hoezeer die woorden geworteld waren in de angsten en verlangens van de ander. In die herhaling begon ik mijn eigen waarneming te wantrouwen. Het vertrouwen in mijn eigen reflecties brokkelde af, alsof ik langzaam van mezelf afdreef.
Toen de relatie voorbij was, ontstond er ruimte om opnieuw te onderscheiden. Ik kon weer voelen: dit was van de ander, en dit ben ik. Het gaf helderheid en een zekere vrijheid. Ik ervoer hoe gemakkelijk je jezelf kunt verliezen in beelden die niet de jouwe zijn, en hoe wezenlijk het is jezelf te blijven kennen. De liefde die daarna kwam, voelde als een bevestiging: geruststellend en zacht, alsof ik weer thuiskwam bij mezelf.
Zelfkennis gaat dan niet om zekerheden, maar om een innerlijk kompas dat je richting geeft. Het helpt om te herkennen wat bij jou hoort en wat afkomstig is van de ander. Met die helderheid blijf je steviger staan in contact, zonder opgeslokt te raken door projecties of oordelen.
In relaties zie ik vaak hoe dit mechanisme meespeelt. Mensen die van elkaar houden, maar gevangen raken in beelden die troebel zijn. De een voelt zich voortdurend tekortschieten, omdat de ander diens teleurstellingen in de relatie neerlegt. De ander gaat pleasen of verharden, omdat de blik die terugkomt te zwaar of te afwijzend voelt. Patronen die pijnlijk zijn, maar die ook blootleggen waar groei mogelijk is: in het terugvinden van jezelf.
Verbinding krijgt betekenis wanneer je jezelf niet uit het oog verliest. Wie zichzelf kan dragen, hoeft de ander niet te gebruiken als spiegel om waarde te vinden. Dat geeft ruimte om met openheid te kijken: naar de pijn die de ander meebrengt, naar de verlangens die daaronder liggen, en naar de mens die zichtbaar wordt voorbij de projecties. In die ruimte kan echte ontmoeting ontstaan. Niet omdat de ander je bevestigt, maar omdat je elkaar kunt zien zoals je werkelijk bent.
Reacties
Een reactie posten