Huis aan drie grachten
Huis aan drie grachten. Wie in dit stukje Amsterdam loopt waant zich terug in de 16 eeuw waar rijkdom schijn hoog in het vaandel stond. Het prachtige hoekhuis straalt tot op heden nog steeds grote klasse uit. Vele mensen en toeristen die er langs liepen zouden dol graag binnen willen kijken.
De naam Fluwelen Burgwal wordt meestal zo uitgelegd: van 1578 (de Protestantse Alteratie) tot ongeveer 1620 waren de mensen in deze buurt rijk genoeg om zich fluwelen kleding te veroorloven. Maar belastingdocumenten uit 1742 laten al zien dat tegen die tijd het gemiddelde inkomen daar niet veel hoger was dan elders, hoewel er nog steeds voornamelijk wijnhandelaren, linnenhandelaren, goudsmeden en kooplieden woonden. De echte rijken waren tegen die tijd al vertrokken naar de Herengracht en Keizersgracht.
Omstreeks 1610 verrezen er op een terrein tussen de Oudezijds Voorburgwal, de Grimburgwal en de Oudezijds Achterburgwal, in opdracht van het Sint Pietersgasthuis twee grote huizen met een gezamenlijke breedte van tien vensterassen, de huidige panden OZ Voorburgwal 247 en 249. Waarschijnlijk zijn de huizen gebouwd door metselaar Claes Adriaensz van Delft. Ze vormden een architectonisch geheel met identieke trapgevels in Hollandse renaissance-stijl. In 1687 kregen de twee huizen verschillende eigenaren en leidden zij een gescheiden leven.
Het hoekhuis behield zijn 17de-eeuwse trapgevels, gevels, in tegenstelling tot het pand daarnaast, maar ook daar is het 17de-eeuwse karakter nog te herkennen (aan de ontlastingsbogen).
In 1909/10 vond een restauratie plaats van architect Jan de Meijer, waarbij de 17de-eeuwse kruiskozijnen en het ingangsportaal werden gereconstrueerd, op basis van een schilderij van G.A. Berckheyde (nu in het Amsterdams Historisch Museum).
Overigens werden de trapgevels ook opnieuw opgemetseld. De trapgevel op de Grimburgwal, die in 1909 niet meer bestond, keerde terug, maar niet asymmetrisch zoals het was geweest in de 17de eeuw. Het voordeel daarvan was dat de 18de-eeuwse ophoging op de hoek van de Grimburgwal en de OZ Achterburgwal in stand kon blijven. In 2005 vond opnieuw een restauratie plaats, waardoor het mogelijk was bouwhistorisch onderzoek te verrichten.
Daaruit is gebleken dat het huis onderdelen bevat van de oudere middeleeuwse huizen, die hier tot 1610 stonden.
Op de begane grond is een zandstenen console uit de bouwtijd aangetroffen, maar tevens sleutelstukken met een renaissance profilering uit het midden van de 16de eeuw en op de zolder zelfs peerkraalsleutelstukken uit het tweede kwart van de 16de eeuw. Uit houtonderzoek is gebleken dat de kap wel uit 1610 dateert. Ze bevinden zich in de voorste kapconstructie, waarin veel hout is hergebruikt. Ook is er een fragment van een 16de-eeuwse spiltrap aangetroffen!
Er bevinden zich twee grote 17de-eeuwse schouwen in nummer 249, waarvan ƩƩn wangen heeft met een herme en een kariatide en het jaartal 1632, maar we weten niet of ze door De Meijer zijn ingebracht of al vanaf 1632 in dit woonhuis aanwezig waren. Het Huis aan de Drie Grachten is een vroeg voorbeeld van een reeks van reconstructies zoals die in de decennia na 1900 door Jan de Meijer in Amsterdam zijn uitgevoerd. De Meijer was een idealist die grote nadruk legde op het gebruik van ambachtelijke bouwmethoden, waaruit volgens hem de schoonheid van de 17de-eeuwse architectuur voortkwam.
Dit woonhuis zat natuurlijk vol geheimen. Zo is er tijdens een grootschalige renovatie van het pand in 2005 een verborgen ruimte boven een schouw ontdekt. Waarschijnlijk diende die als schuilplaats voor onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen woonde en werkte hier nog de anti-Duitse boekhandelaar en uitgever A.A. Balkema. Zijn oude werkkamer zit overigens verstopt achter een luik in de wijnkelder (ja, deze woning heeft natĆŗĆŗrlijk een eigen wijnkelder). Denk aan vensters met glas-in-loodramen, oude haardplaatsen, trapgevels, pen-gatverbindingen, zeer oude trapdelen en mooie mozaĆÆeken.
Een bewoner is hier passant in de tijd. Na een werkzaam leven in het buitenland zijn de vrouw des huizes en haar man in 2004 begonnen aan het aventuur van de restauratie van ‘Het Huis’. Voor hun buiten Nederland wonende kinderen en kleinkinderen werd de bovenste Ć©tage een prachtige pied-Ć -terre. Nu zij er na de dood van haar man al enige jaren alleen woont, vindt de eigenaresse dat het tijd wordt dit monument door te geven aan een volgende bewoner.

Reacties
Een reactie posten