Wanneer we een boom zien
Wanneer we een boom zien, zien we niet alleen een plant. We zien een medeschepsel. Een boom staat daar, soms eeuwenlang, stil en geduldig, en tegelijk vol verborgen leven. Zijn wortels reiken diep de aarde in, zijn takken strekken zich uit naar de hemel. Hij ademt met ons mee: wat wij uitademen, neemt hij in, en wat hij uitademt, ontvangen wij als levensadem. Een boom is dus niet zomaar decor, maar een levende partner in het geheim van het bestaan.Bomen herinneren ons eraan dat leven geworteld moet zijn. Wij mensen hebben vaak de neiging te leven alsof we losstaan van de aarde, alsof we zwevende wezens zijn die zich met haast en plannen omhoog willen hijsen. Maar zonder wortels droogt alles uit. Wie niet geworteld is, leeft in een leegte.
De Franse filosofe Simone Weil noemde ontworteling een van de diepste kwalen van de moderne mens. Zij leefde in de vorige eeuw, in een tijd van oorlog, industrialisering en massale migratie. Zij zag hoe miljoenen mensen losgerukt werden van hun land, hun traditie, hun taal, hun gemeenschap. En zij beschreef hoe dit niet alleen een sociaal probleem is, maar een geestelijk: een ontwortelde mens weet niet meer wie hij is, waar hij vandaan komt, en waartoe hij leeft.
Weil schrijft in L’Enracinement (Worteling): een mens kan alleen bestaan als hij geworteld is. Ontworteling leidt tot vervreemding, tot verlies van zin, tot een samenleving waarin mensen zich niet meer thuis voelen. Daartegenover staat worteling: verbonden zijn met de aarde, met een traditie, met een gemeenschap, en uiteindelijk met het Eeuwige. Een boom kan alleen vruchten dragen wanneer zijn wortels water en voeding vinden. Zo is het ook met ons. Alleen wie wortel schiet, kan tot bloei komen.
De Bijbel staat vol bomen. In Psalm 1 wordt de mens die leeft in verbondenheid met de Eeuwige vergeleken met een boom die geplant is aan stromend water: “Hij draagt vrucht op zijn tijd, zijn bladeren verdorren niet.” Jesaja ziet hoe in de woestijn nieuwe bomen groeien, tekenen van hoop en toekomst. En Jezus vertelt dat het kleine mosterdzaadje uitgroeit tot een struik waarin de vogels hun nest maken. Bomen verbinden hemel en aarde: hun wortels reiken omlaag, hun takken omhoog. Ze belichamen het geheim van het leven: dat je alleen omhoog kunt reiken als je ook diep wortelt.
Misschien is dat wel onze roeping: opnieuw leren wortelen. Niet zweven in vluchtigheid, maar gegrond zijn in liefde. We leven in een tijd waarin velen zich ontworteld voelen: door werk dat steeds verandert, door verlies van huis en land, door ziekte of ouderdom. Dan klinkt de belofte van Psalm 1 als een belofte ook voor ons: jij kunt als een boom zijn, geplant aan waterstromen.
In het hindoeĆÆsme en het boeddhisme is er een woord dat dichtbij komt bij wat wij bedoelen met worteling: dharma, of in het Pali dhamma. Het is de bedding van waarheid en liefde die ons draagt, de orde van het bestaan waarin wij geworteld mogen zijn.
En dan klinken de woorden van Jezus: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Niet juridisch of exclusief bedoeld, maar als uitnodiging. Hij zegt: Ik laat je een waarheid zien die jou doet wortelen in het bestaan, in de liefde van de Eeuwige. Ik vertegenwoordig het Levende Leven dat jou doet wortelen in de Grond van het bestaan. Ik laat je de weg zien die jou doet wortelen, gedragen als op de vleugels van een adelaar, en geworteld in het zijn.
Bomen leren ons ook iets over tijd. Ze groeien langzaam. Hun jaarringen zijn niet te versnellen. Zo is het ook met ons: echt leven vraagt om geduld, om aandacht, om vertrouwen dat de Bron ons draagt. En bomen leren ons iets over gemeenschap. Hun wortels raken elkaar ondergronds. Ze delen voeding en vocht. Een bos is geen verzameling losse bomen, maar een netwerk van verbondenheid. Ook dat is worteling: weten dat je nooit alleen staat, dat er ondergronds altijd draden lopen die je dragen.
Vandaag horen we de aarde zuchten. Bossen worden gekapt, ecosystemen verdwijnen, en wij verliezen meer dan bomen: we verliezen deel van onszelf. Als wij werkelijk geloven dat bomen onze medeschepselen zijn, dan kan het niet anders of wij dragen zorg voor hen, zoals zij voor ons zorgen.
Zo mogen wij deze zondag kijken naar de bomen — in onze tuinen, langs de weg, in de bossen. Ze zijn geen achtergrond, ze zijn leraren. Ze fluisteren ons toe: wortel je diep, reik naar het licht, leef verbonden. En dan zal ook jij vrucht dragen, op je tijd.

Reacties
Een reactie posten