Er komt een moment waarop je merkt dat je jezelf ergens onderweg bent kwijtgeraakt
Er komt een moment waarop je merkt dat je jezelf ergens onderweg bent kwijtgeraakt. Niet in één keer, maar beetje bij beetje. In de drukte van het leven, in het zorgen voor anderen, in het proberen alles goed te doen. Je hebt je aangepast, stilgehouden, weggecijferd. En zonder dat je het echt doorhad, ben je steeds verder bij jezelf vandaan gedreven.
Op een dag kijk je in de spiegel en je herkent de blik in je eigen ogen niet meer. Er zit nog steeds iemand, iemand die functioneert, die lacht, die doorgaat, maar het voelt alsof er iets wezenlijks ontbreekt. De glans is weg, de diepte, de rust van binnen. Alsof je leeft op automatische piloot, maar de verbinding met je eigen hart bent verloren.Je herinnert je vaag hoe het ooit voelde om jezelf te zijn. Vrij, open, zacht, levend. Je wist wat je wilde, je voelde wat klopte. Je stem klonk helder. Maar ergens ben je die stem gaan dempen. Misschien omdat het veiliger leek om niet te veel te voelen. Misschien omdat je dacht dat anderen beter wisten wat goed voor je was. Of omdat je bang was om te veel te zijn, te gevoelig, te emotioneel, te anders.
En dus bouwde je muren, zette je maskers op. Je glimlachte terwijl je vanbinnen langzaam verdween. Tot het moment kwam waarop je niet meer wist waar de ander ophield en waar jij begon.
Jezelf kwijtraken is geen zwakte. Het is wat er gebeurt als je te lang leeft in een wereld die niet afgestemd is op je zachtheid, je gevoeligheid, je diepte. Als je probeert te overleven in plaats van te voelen. Maar ergens diep vanbinnen blijft iets van jou altijd bestaan. Een zachte fluistering die zegt: “Ik ben er nog. Vind me terug.”
Terugkomen bij jezelf vraagt moed. Het betekent vertragen, stil worden, eerlijk kijken naar wat pijn doet. Het vraagt dat je weer gaat luisteren naar wat je hart zegt, ook als dat betekent dat je dingen moet loslaten die je lang hebt vastgehouden. Soms betekent het dat je even verdwaald moet zijn om de weg naar huis weer te kunnen vinden.
En stap voor stap, zonder haast, begint er iets te verschuiven. Je voelt weer. Je ademt dieper. Je glimlacht niet omdat het moet, maar omdat het vanbinnen weer stroomt. Je herkent jezelf in de kleine dingen, de manier waarop je kijkt naar de lucht, de stilte die ineens niet meer leeg voelt, het vertrouwen dat langzaam terugkeert.
Dat is het moment waarop je beseft: je bent jezelf nooit écht kwijtgeraakt. Je was er altijd al, diep vanbinnen, wachtend op het moment dat je weer durfde te kiezen voor wie je werkelijk bent.
Reacties
Een reactie posten