Op Bevrijdingsdag
Op Bevrijdingsdag hebben we stilgestaan bij de vrijheid die ons werd teruggegeven na oorlog en onderdrukking. Maar vrijheid is meer dan een historische verworvenheid; het is ook een innerlijke opdracht. Wat betekent het om werkelijk vrij te zijn — in denken, in voelen, in zijn?De Tenach, die we in het Westen het Oude Testament noemen, met haar eeuwenoude verhalen over onderdrukking en bevrijding, blijkt verrassend actueel op deze dag. Denk aan het volk dat de slavernij van Mitzraim, het land van de angst en de benauwdheid (Egypte) ontvlucht, de woestijn intrekt, geleid door een wolkkolom en een vuurzuil, op weg naar een land van melk en honing. Het zijn geen verhalen van toen — het zijn archetypen van nu. Ze spreken tot ons innerlijk leven, tot onze strijd met angst, afhankelijkheid en verlangen naar bevrijding.
Carl Gustav Jung en Joseph Campbell helpen ons om deze verhalen niet alleen met het hoofd, maar met het hart en de ziel te lezen. Ze nodigen ons uit om de verhalen te verstaan als een innerlijke reisgids: een verzameling mythen, symbolen, parabels en dromen die ons willen begeleiden op onze persoonlijke weg van groei, inzicht en vrijheid. Zij leren ons te kijken voorbij het dogma, voorbij het historische kader, en te luisteren naar de diepere bewegingen in deze teksten: van gevangenschap naar vrijheid, van verstarring naar transformatie, van dood naar leven. Vandaag, op Bevrijdingsdag, klinkt de vraag: wat houdt mij nog gevangen? En welk pad opent zich in mij naar het beloofde land?
De Exodus is misschien wel het krachtigste beeld van bevrijding in de Tenach. Het volk trekt weg uit het land van slavernij, onderdrukking en angst. Maar wie deze tekst leest met de ogen van Jung of Campbell, ontdekt meer dan een historische uittocht: Egypte staat voor het deel in onszelf dat geketend is aan patronen, angsten, afhankelijkheid en machtssystemen die ons niet meer dienen. De woestijn die volgt is het innerlijke niemandsland waar oude zekerheden zijn losgelaten, maar het nieuwe nog niet zichtbaar is. En het beloofde land — dat is geen geografische plek, maar een innerlijke toestand van leven in vertrouwen, verbondenheid en overvloed. De weg van Exodus is de weg van iedere ziel die bevrijd wil worden uit innerlijke slavernij — en dat proces begint telkens opnieuw.
Vandaag leven wij misschien niet meer onder farao’s van steen, maar wel onder onzichtbare machten die onze vrijheid beperken: prestatiedruk, consumentisme, ideologische polarisatie, angst voor het vreemde, verslaving aan technologie of het idee dat we altijd ‘meer’ moeten zijn. Veel mensen voelen zich opgesloten in rollen, verwachtingen of systemen waarin ze zichzelf zijn kwijtgeraakt. In die zin is onze tijd nog steeds ‘Mitzraim’: het land van innerlijke slavernij.
De uittocht begint met bewustwording. Met het besef: zo wil ik niet langer leven. Maar zoals in het verhaal leidt die keuze niet meteen tot vrede. Wie zijn innerlijke ketenen verbreekt, komt in de woestijn: een periode van leegte, onzekerheid, onthechting. Toch is juist daar ruimte voor iets nieuws. In die tussenruimte worden mensen opnieuw geboren — vrijer, waarachtiger, dieper verbonden. Exodus is dus geen oud verhaal, maar een actuele uitnodiging: durf je eigen bevrijding te leven. Laat los wat je klein houdt. Volg het vuur van je roeping, zelfs als het pad onduidelijk is. Want ook vandaag leidt de Eeuwige ons — in de nacht als vuurzuil, overdag als wolk — naar een land van melk en honing, in onszelf en met elkaar.
Wie werkelijk luistert naar de verhalen als een innerlijk kompas, stuit vroeg of laat op de vraag: durf ik dit leven van bevrijding ook werkelijk te leven? Niet als innerlijke troost alleen, maar als uiterlijke keuze. In een wereld waarin geweld, onderdrukking en onrecht aan de orde van de dag zijn — van oorlogen en bezettingen tot structureel onrecht in onze economie, zorg en omgang met de aarde — wordt bevrijding een daad van verzet.
Exodus begint niet met geweld, maar met een keuze: het weigeren om nog langer mee te doen aan het systeem van de farao. Het begint met vrouwen die leven beschermen, met Mozes die zich zijn afkomst herinnert, met een stem uit een brandende braamstruik die zegt: “Ik heb het lijden van mijn volk gezien… en Ik zend jou.” Die stem klinkt ook nu. In ons geweten. In onze verontwaardiging. In onze hoop.
De spiritualiteit van Jung en Campbell leert ons dat elke mythe, elk archetype, roept tot transformatie — maar dat transformatie niet neutraal is. Wie werkelijk uit Egypte wil vertrekken, komt op gespannen voet te staan met de machten van deze wereld. Wie vrijheid kiest, kiest ook voor verantwoordelijkheid. Voor solidariteit. Voor spreken waar wordt gezwegen. Voor liefde in een cultuur van angst. Voor zachtheid in een wereld van hardheid.
Het vraagt moed om die roep te volgen. Maar het is precies daar, in dat dappere 'ja', dat het nieuwe begint. Wie de oude verhalen leest met de ogen van de ziel, wordt geen toeschouwer, maar deelnemer aan het Grote Verhaal. Dan wordt Bevrijdingsdag niet alleen een herinnering aan wat achter ons ligt, maar een uitnodiging tot een leven dat bevrijding belichaamt — voor onszelf, voor anderen, voor de wereld.

Reacties
Een reactie posten