De leegte in mijn hoofd was geen toeval

 De leegte in mijn hoofd was geen toeval. Mijn brein had het opgegeven.

Jarenlang dacht ik dat ik gewoon vergeetachtig was. Chaotisch. Snel afgeleid. Altijd dingen kwijt. Vergeten waar ik mijn sleutels had gelegd, afspraken door elkaar halen, soms zelfs mijn eigen zinnen niet af kunnen maken. Ik dacht dat het aan mij lag. Dat ik niet scherp genoeg was. Niet slim genoeg. Niet gefocust genoeg.
Maar ergens diep vanbinnen wist ik dat er iets niet klopte. Want het voelde niet als luiheid. Het voelde als leegte. Mist. Een waas. Alsof mijn hoofd er wel was, maar ik er niet meer bij kon. Alsof er een deken over mijn bewustzijn lag.
En nu weet ik: dat was geen luiheid. Dat was overleving. Mijn brein was niet lui. Mijn brein was in freeze gegaan. Bevroren. Overbelast. Uitgeschakeld.
Niet omdat het niet meer wilde, maar omdat het te veel had moeten dragen. Te veel onverwerkt trauma. Te veel spanning. Te veel herinneringen die te pijnlijk waren om toe te laten. En dus sloot mijn brein zich af. Om me te beschermen.
Want dat is wat trauma doet. Het nestelt zich niet alleen in je hart of je spieren of je adem. Het kruipt tot in je hersenen. In je hippocampus, het centrum van je geheugen, je oriƫntatie, je concentratie, je korte termijn.
En als jij jarenlang hebt moeten overleven, als jij jarenlang alert hebt moeten zijn, bang, gespannen, op je hoede — dan raakt dat deel overbelast. Uitgeput. Beschadigd. En langzaam verliest het zijn kracht. Hersencellen sterven af. Verbindingen breken. En wat overblijft is leegte. Vergeetachtigheid. Brainfog. Afwezigheid.
En jij denkt dat het aan jou ligt. Dat je harder je best moet doen. Je schaamt je voor je warrigheid. Je maakt lijstjes om te compenseren. Je duwt jezelf vooruit terwijl je brein eigenlijk schreeuwt: “Ik trek dit niet meer.”
Niemand vertelt je dat dit trauma is. Niemand zegt je dat je niet dom bent, maar overbelast. Dat je niet slap bent, maar vol opgeslagen angst. Dat je brein beschadigd is geraakt door iets wat nooit verwerkt is. Maar het is waar.
En ja, het is heftig. Want dezelfde beschadiging die voorkomt bij chronische stress en trauma, zie je ook terug bij burn-out, depressie, angststoornissen en zelfs de vroege fases van Alzheimer.
De hippocampus krimpt. De amygdala, je innerlijke alarmbel blijft op scherp staan. Cortisol giert door je systeem. Je lichaam leeft in een constante staat van dreiging, zelfs als er niets aan de hand lijkt. En in die staat kun je niet leren, niet onthouden, niet focussen. Je systeem kiest voor overleven. Niet voor verbinding. Niet voor helderheid. Niet voor creativiteit.
Maar weet je wat me hoop gaf? Het besef dat het ook anders kan. Dat je hersenen niet statisch zijn. Ze kunnen genezen. Groeien. Zichzelf opnieuw uitvinden.
Dankzij iets dat neuroplasticiteit heet. En neurogenese: het aanmaken van nieuwe zenuwcellen. Maar alleen als je stopt met vechten. Alleen als je het zenuwstelsel tot rust brengt. Alleen als je lichaam mag loslaten wat het al die tijd heeft vastgehouden.
Voor mij begon dat proces pas echt toen ik stopte met alles proberen op wilskracht. Toen ik mijn hoofd niet meer wilde beheersen, maar mijn lijf begon te voelen. Adem begon toe te laten. Trilling. Ruimte.
Ik ontdekte trauma-release ademwerk. BRTT. TRB. Geen trucje. Geen ontspanningsoefening. Maar diepe, rauwe processen waarin ik mezelf opnieuw tegenkwam. Mijn lijf begon te trillen, te huilen, te zweten, te stromen. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat het eruit moest. En ineens begreep ik waarom ik altijd zo moe was. Zo leeg. Zo ver weg van mezelf.
Ik combineerde het met microdosering. Onder begeleiding. Met Lion’s Mane, met paddenstoelen die mijn brein op celniveau begonnen te ondersteunen. Niet als vlucht, maar als richting. Niet als ontsnapping, maar als opening.
En langzaam gebeurde het. De mist werd lichter. Mijn hoofd werd helderder. Mijn herinneringen kwamen terug. Niet als herbelevingen, maar als puzzelstukken. Mijn concentratie kwam terug. Mijn creativiteit begon weer te stromen. Ik voelde weer waar ik was. Wie ik was. Wat ik voelde.
En het belangrijkste van alles: ik leerde dat ik mezelf niet hoefde te forceren. Dat ik mijn brein niet hoefde te trainen, maar mocht helen. Niet harder denken. Dieper voelen. Niet nóg strenger zijn. Maar zachter. Liefdevoller. Ruimer. Niet meer vechten tegen mijn symptomen, maar luisteren naar wat ze me al die tijd probeerden te vertellen: “Je hoeft het niet meer te dragen. Je bent veilig. Je mag loslaten.”
Vergeetachtigheid is geen falen. Het is geen domheid. Het is een intelligent alarmsysteem dat zegt:
“Ik kan dit niet meer alleen.”
Je brein vraagt niet om discipline.
Het vraagt om erkenning.
Om heling.
Om ruimte.
Om zachtheid.
En daar begint het.
Niet in je hoofd.
Maar in je hart.
In je adem.
In je lijf.
In je waarheid.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster