Het Groene Monster in de Spiegel
Het Groene Monster in de Spiegel
Ah, jaloezie. Dat stiekeme, gluiperige monster dat fluisterend in je oor begint en eindigt als een megafonische ramp in je hoofd. Het is als die ene vriendin die altijd té eerlijk is. “Lieverd, je ziet er fantastisch uit in die jurk, maar... die ex van je partner was wel iets slanker, toch?” BOEM. Daar zit je dan, midden in je eigen soap. Jaloezie is eigenlijk een cabaretvoorstelling op zichzelf. Neem een standaard avondje uit. Je zit gezellig met je partner aan tafel, wijn erbij, kaarslicht, romantiek. En dan, alsof het script erom vraagt, loopt er iemand langs die net iets té goed ruikt en iets té hard lacht. Je partner kijkt. En daar begint het: een innerlijke dialoog met minstens vijf verschillende stemmetjes.“Wie is dat?”
“Waarom kijkt hij?”
“Waarom kijk ik niet zo?”
En de finale: “Het is vast zijn type!”
Applaus. Maar het publiek ben jij, en niemand anders kijkt.
Of wat dacht je van jaloezie in de sportschool? Je staat daar te zweten, jezelf wijs makend dat je "voor je gezondheid" bezig bent, terwijl je eigenlijk vooral checkt of je er net zo goed uitziet als die überfitte influencer op de loopband naast je. Jij zwoegt. Zij glimlacht. Jij ruikt naar een mix van angst en ammoniak. Zij naar kokosolie en succes. Het toppunt? Ze is waarschijnlijk óók nog aardig. Bah.
En dan is er de jaloezie-killer van onze tijd: social media. Daar waar jaloezie bloeit als onkruid op een perfect gemanicuurde gazon. Iedereen lijkt alles beter te hebben. Je vriendin post een foto van een weekendje Parijs. Jij post... een foto van je kat die aan de gordijnen hangt, met de hoop op drie likes. Maar ho, wacht, daar is die irritante reactie van die ene collega onder háár foto: "Wat romantisch, wie heeft die prachtige foto gemaakt?" En je weet: je hele week is verpest.
En dan heb je haar nog: de ultieme belichaming van jaloezie in haar puurste, meest vermoeiende vorm. De ziekelijke jaloerse vriendin, de Beyoncé van achterdocht. Zij ziet overal een bedreiging. De serveerster die een glas water neerzet? Flirt. De buurvrouw die vraagt of hij haar ladder even wil lenen? Golddigger! En dat weekend met zijn vrienden? Vast een geheime bijeenkomst van Victoria’s Secret-modellen. Haar hobby? Zijn telefoon checken met een focus waar een FBI-agent nog wat van kan leren.
Haar talent voor overdrijven is niets minder dan een kunstvorm. De buurvrouw die “Goedemorgen” zegt? Sluwe verleidster. Een toevallige Instagram-like van een ex-klasgenoot? Grootschalige samenzwering. En haar overtuiging? Onwankelbaar. “Ik weet het gewoon. Ik voel het.” Waarop jij denkt: Meid, als jij die energie nou eens in beleggen stopt, zijn we binnen een jaar miljonair. Maar nee, liever zet ze een kruisverhoor op over waarom zijn collega om half vier 's middags een smiley stuurde en die jij al niet meer terug durft te sturen.
Neem Bob, de vriend van zo'n meesterwerk van paranoia. Bob is een vriendelijke, metroseksuele man met het uiterlijk van een model en de zachtaardige blik van een Labrador. Zijn leven is een zorgvuldig gechoreografeerde dans van vermijden, minimaliseren en diplomatiek glimlachen. Tijdens verjaardagen houdt hij zijn blik strak gericht op de bitterballen, om maar niet de schijn te wekken dat hij iemand één seconde te lang aankijkt.
Op een dag probeerde Bob een gezonde discussie aan te gaan. “Schat, je weet toch dat ik van jou hou? Waarom zou ik iemand anders willen?” Anita’s antwoord was legendarisch: “Liefde is geen excuus om blind te zijn voor realiteit.” Sindsdien weet Bob dat er geen ontkomen aan is. Zelfs als hij een afspraak met zijn eigen moeder plant, moet hij de tijdstippen tot op de minuut uitleggen.
Tijdens een van de velen verjaardag escaleert alles. Bob neemt een bitterbal aan van de nicht van de jarige. Een bitterbal! Dit volkomen onschuldige gebaar was in Anita’s hoofd de start van een Hollywood-drama. “Oh, dus nu laat je je voeren?” begint ze, haar stem scherp genoeg om glas te snijden. Bob’s gezicht verkleurde; hij wist wat er zou komen.
Binnen vijf minuten had Anita een proces opgetuigd. “De feiten liegen niet,” verklaarde ze met de dramatiek van een Shakespeareaans personage. “Eerste signaal: ze lachte naar je. Tweede signaal: je hebt die bitterbal aangenomen. Derde signaal: je hebt niets tegen mij gezegd terwijl dit gebeurde.” De kamer viel stil. Zelfs opa, die normaal gesproken alleen maar ongemakkelijke grappen maakt, kijkt verbaasd op. De nicht probeerde zich eruit te redden met een nerveus lachje. “Eh, ik gaf hem gewoon een bitterbal?”… “Precies! Dat is hoe het begint,” riep Anita triomfantelijk. Bob kon wel onder de grond verdwijnen, maar zelfs de vloer lijkt hem op dat moment af te wijzen. De stakker.
Thuis ging Anita nog even door. Siri werd voor alle zekerheid uitgeschakeld, want “niemand weet wat die robot allemaal hoort en doorstuurt naar andere vrouwen.” Ze verplichte Bob om alle vrouwelijke collega’s van al zij media platforms te verwijderen, “want wat moeten die van jou?” En als kers op de taart verwijdert ze de letter “V” van zijn toetsenbord. “Gewoon, voor de zekerheid. Want voordat je het weet, ben je iets met de naam Vanessa aan het intypen.” Ook z’n volledige internet geschiedenis werd uit geplozen als wel de rest van zijn telefoon. Ondertussen hangt Bob uitgeput op de bank, starend naar één punt op de muur. En in zijn hoofd speelt slechts één gedachte: ‘Hoe ben ik hier beland?’
En jij, lieve lezer? Misschien lach je nu hardop. Misschien herken je jezelf, je partner, of een “vriendin” in dit verhaal. Maar onthoud: zelfs het groenste monster heeft zijn charme — zolang je maar weet wanneer je hem weer terug in zijn kooitje kan stoppen.
"Jaloezie is net als chilipeper: een snufje kan de boel spicy maken, maar teveel en je brandt je billetjes morgen op de pot"
Het Groene Monster
In stilte kruipt het naar je toe,
een fluistering wordt snel een schreeuw.
Een blik, een lach, een luchtje zoet,
en daar begint je innerlijk gezeur.
“Waarom zij? Waarom niet ik?”
Het monster roert zich met venijn.
Maar in die spiegel aan de wand,
ligt vaak de kern van het chagrijn.
Het monster lacht, het voelt zich groot,
maar voed het niet, geef het geen brood.
Want voor je 't weet, ben jij de ster,
van een drama dat nooit echt was…
nooit echt is, maar altijd ergens blijft hangen.
Dus hou het speels, hou het licht,
sluit dat monster even op.
Want jaloezie, dat groene beest,
is vaak gewoon een storm in je eigen glas sop.
Reacties
Een reactie posten