Je bent moeder
Je bent moeder. Dus natuurlijk wil je weten hoe het gaat. Natuurlijk wil je ze iets sturen, iets laten weten, iets van je liefde aanreiken. Een grappig filmpje. Een hartje. “Ik mis je.”
Dat is zo begrijpelijk.
Want als je kinderen niet meer bij je wonen, als ze kiezen voor afstand, dan voelt elke stilte als een soort mini-rouw. Een leegte die knaagt aan iets essentieels in jou.
Je bent immers niet gestopt met moeder zijn. Alleen lijkt het moederschap nu iets te zijn geworden dat je vanaf de zijlijn moet uitvoeren, zonder speelveld, zonder garantie op antwoord.
In ons gesprek hadden we het over precies dat: jouw pogingen om contact te maken. En ik voelde met je mee. Want ik ben ook moeder. Ik weet hoe diep het verlangen kan snijden als het contact schaars is, afstandelijk, of en voor sommige moeders zelfs afwezig. Maar ik zag ook iets anders gebeuren. Iets wat veel ouders in deze situatie overkomt, vaak zonder dat ze het doorhebben.
Want wat bedoeld is als liefde, kan voor het kind aanvoelen als druk. En dat maakt het ingewikkeld.
Wanneer liefde niet aankomt zoals bedoeld
Je stuurt een filmpje omdat je even wil laten weten: ik ben er nog. Je schrijft “ik mis je” omdat je hoopt dat ze terugschrijven: ik mis jou ook. Maar daaronder ligt soms iets anders: een verlangen om jezelf weer even een goede moeder te voelen. Om bevestigd te worden in wie je bent.
Dat is niet fout. Het is menselijk.
Het schuurt echter wel. Want contact dat bedoeld is om jouw gemis te verzachten, legt onbewust een last bij het kind. Zeker als dat kind in de puberteit zit en net bezig is om emotioneel los te komen. Iets wat op zichzelf al een ingewikkeld proces is.
Pubers leven veel meer in het nu, in hun eigen wereld, hun eigen tempo. Niet omdat ze je willen negeren. Maar omdat hun brein daar simpelweg op is ingesteld. Ze willen zelf bepalen wanneer ze contact willen. Of ze contact willen. En hoe. Dat is rauw.
Want als jij dan iets stuurt, en zij niets terug, voelt dat als een afwijzing. En de neiging om dan meer te sturen, liefdevoller, harder je best te doen, wordt ineens heel begrijpelijk. Maar ook contraproductief.
Verlangen mag er zijn maar wees eerlijk over voor wie het is.
Het vraagt moed om stil te staan bij die vraag: voor wie is dit bericht eigenlijk bedoeld?
Is het echt voor je kind? Om aan te sluiten bij wat zij nu nodig hebben? Of is het een poging om iets in jou te sussen, gerust te stellen, te herstellen of te bevestigen?
Opnieuw: dat is geen oordeel.
Het is een uitreiking om tot helderheid te komen.
Want kinderen, en zeker pubers, voelen het feilloos aan wanneer contact eigenlijk draait om de behoefte van de ouder. En hoe sterker jij stuurt, hoe meer zij zich terugtrekken. Niet om jou te straffen, maar om zichzelf te beschermen.
Wat kinderen dan nodig hebben, is iets wat bijna onmenselijk voelt:
Dat jij blijft staan. Niet trekkend. Niet duwend. Maar beschikbaar.
Dat jij jouw gemis zelf draagt.
Dat je rouwt, misschien.
Dat je huilt, zeker.
En dat je leert verdragen dat liefde geven niet altijd betekent dat je iets terugkrijgt.
Wat betekent het om aanwezig te blijven zonder druk? Het betekent dat je contactmomenten zorgvuldig kiest. Dat je eerst afstemt: past dit bij waar zij zijn? Dat je weet dat geen antwoord óók een antwoord is.
En misschien nog wel het moeilijkste: Dat je je plek als ouder blijft innemen zonder je plek te verliezen, maar ook zonder die af te dwingen. Want formeel heb je natuurlijk rechten. Maar die rechten moeten het hebben van iets veel wezenlijkers; van vertrouwen, van betrouwbaarheid, van acceptatie, van ruimte geven zonder jezelf weg te cijferen.
Het kan zó ongelooflijk frustrerend zijn: dat het zoveel van je vraagt, terwijl je diep vanbinnen voelt dat je eigenlijk niet (meer) in de positie bent om iets te willen. Dat jij degene bent die los moet laten, terwijl je zó verlangt naar nabijheid.
Maar je kunt wƩl een oever zijn. Een rustige, betrouwbare plek waar ze, als ze daaraan toe zijn, kunnen landen. Een plek waar ze zich niet hoeven af te stemmen op jouw emoties, jouw gemis, jouw verwachtingen. Omdat jij die al hebt leren dragen. In jezelf. Tot het moment komt waarop zij uit zichzelf verlangen wat jij al die tijd zo intens hebt gevoeld: die ene, wezenlijke verbinding.
Tot slot
Wat jij voelt is legitiem. En diep.
Wat zij nodig hebben, is ruimte. Tijd.
Daartussen leeft het grote ongemak Ʃn de mogelijkheid tot heling.
En soms, heel soms, komt dat moment waarop zij zich omdraaien. Niet omdat jij aangedrongen hebt, maar omdat jij gebleven bent.
Reacties
Een reactie posten