Trots in stilte.

 Trots in stilte.

Wie trots zegt, denkt vaak aan het zichtbare: het resultaat, het succes, de erkenning. Alsof trots een medaille is die je omhangt, of een vlag die je plant. Maar trots leeft net zo goed in de stilte die daartussen ligt. In wat niet geroepen wordt, niet geclaimd. In het zachte, bijna onzichtbare fundament onder de storm van verwachtingen.

Die stille trots vraagt geen publiek, geen applaus. Ze is er gewoon. Altijd open voor wat nog komt. Ze sluit zich nooit af, zet zich niet vast in regels of zekerheden. Ze laat ruimte… Ruimte voor twijfel, voor groei, voor verandering.

Er zit iets paradoxaals in deze trots: ze is sterk en kwetsbaar tegelijk. Onzichtbaar voor de massa, maar onmiskenbaar voor degene die het draagt. Niet de trots die zich verdedigt of opschept, maar de trots die zich overgeeft aan het moment, aan de waarheid die zich telkens weer ontvouwt.

Soms hoor je mensen zeggen: ‘Ik voel geen trots.’ Maar wat ze eigenlijk zeggen is: ‘Ik hoef mezelf niet op de borst te slaan.’ Ze kiezen voor eerlijkheid boven pronken, voor nederigheid boven overwinning. Ze dragen hun fouten met zachtheid, hun overwinningen zonder opgeblazen borst.

Die trots, die je niet hoort maar voelt, is een stille revolutie. Geen kracht die wil domineren, maar die zich wél weigert te verstoppen. Het is de kracht van iemand die durft te zijn zonder maskers, zonder pretenties. Een kracht die niet schreeuwt, maar die diep in het hart klopt — en daarmee misschien wel harder dan ooit tevoren.

Want echte trots is niet een eindpunt, maar een voortdurende reis. Een dans tussen weten en niet-weten, tussen falen en opstaan. Het is het zachte besef dat je, hoe klein ook, je eigen waarheid leeft en dat dat genoeg is. Voor nu.

En juist die openheid maakt het onaantastbaar. Trots die ruimte geeft, die uitnodigt om te bewegen, te veranderen, te groeien. Die niet vastroest in het verleden of zich blindstaart op wat was, maar zich richt op wat kan zijn.

Dat is een trots die durft te zwijgen en te luisteren. Die niet vraagt om erkenning, maar die zich wél bewust is van haar waarde. En soms, heel soms, fluistert die trots — in stilte — een lied van kracht dat niemand anders hoort, maar dat de drager door en door kent.

Dat is zeldzaam...
Dat is trots.

***“Ware trots is niet wat je toont aan de wereld, maar wat je draagt in stilte wanneer niemand kijkt.”***

Jij bent mijn laatste adem

Ik heb geleefd
als de bomen hun bladeren laten...
Niet om te sterven, maar om bloot te zijn.

Telkens wanneer het einde zich aandiende,
was jij daar.

Niet als belofte,
maar als iets dat al eerder wist
wat ik nog zou leren.

Jij bewoog niet op mij af,
maar door mij heen.
Zoals wind geen richting vraagt,
maar bestemming is.

Mijn adem kent jouw naam niet,
maar herinnert je vlekkeloos.
Je zit in elk vertrek,
in elk stilvallen.

Wat één was, valt niet uiteen.
Wat stroomt, wordt geen bezit.

Tussen het laatste in
en het laatste uit
blijft niets.

Alleen jij.
Alleen ik.
Eén adem
die zichzelf loslaat.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster