Een klein kind kan niet in vraag stellen wat het over zichzelf hoort
Een klein kind kan niet in vraag stellen wat het over zichzelf hoort.
Niet omdat het niet wil, maar omdat het brein van een klein kind daar nog niet toe in staat is. De prefrontale cortex — het deel dat kritisch denken en relativeren mogelijk maakt — is nog volop in ontwikkeling.
Een jong kind heeft dus geen andere keuze dan te geloven wat de volwassenen om hem of haar heen zeggen.
Over de wereld.
Maar vooral over zichzelf.
En precies daar gaat het in narcistische gezinnen mis.
Want daar krijgt een kind geen neutrale spiegels, maar labels als:
“Je bent lastig.”
“Je bent traag.”
“Je bent te gevoelig.”
“Je bent lui.”
“Je bent niet al te slim.”
“Je bent onhandig.”
“Je zal nooit veel bereiken, jij.”
En een kind denkt niet: dit klopt misschien niet.
Een kind denkt: dit is wie ik ben.
Die boodschappen worden geen meningen, maar identiteiten.
En dat is ook waarom zoveel volwassen kinderen van narcistische ouders nog steeds worstelen met een laag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen - zonder te beseffen waar dat ooit begonnen is.
Herkenbaar?
Reacties
Een reactie posten