We zijn allemaal onderweg
We zijn allemaal onderweg.
Met een rugzak vol vragen, een broodtrommel met hoopen een liedje in ons hoofd dat soms vals klinkt,
maar toch gezongen wil worden.
God — of hoe je het ook noemen wil: Liefde, Bron, Adem —
zit niet alleen in kathedralen van steen,
maar ook in de fietstas die losschiet,
in de regen die nét op tijd valt
en in dat ene appje dat zegt:
“Gaat het een beetje?”
Theologisch gezien – en vergeef me het moeilijke woord –
is genade geen bliksemstraal uit de hemel,
maar een zacht knikje van binnen:
“Je mag er zijn. Zelfs nu.”
We zijn geen fouten met benen.
We zijn scheppingen in wording.
Kleurrijk, soms chaotisch, soms luid.
Maar altijd gedragen door iets dat groter is
dan onze onzekerheid.
Misschien is geloven niet: alles zeker weten.
Misschien is geloven: durven dansen
zonder te weten waar het podium eindigt.
Durven lachen om je eigen dramatiek.
Durven zeggen:
“Oké, ik begrijp het niet helemaal,
maar ik vertrouw dat het goed komt.”
Er zit heiligheid in alledaagsheid.
In frieten delen.
In een hand op een schouder.
In jezelf opnieuw uitvinden
na een dag waarop alles tegenzat.
En als er dan een stem in je hoofd zegt
dat je niet genoeg bent,
fluistert de Eeuwige daar dwars doorheen:
“Je bent al Mijn gedicht.”
Niet perfect gerijmd.
Wel oprecht geschreven.
Amen.
Of gewoon:
Let’s go.
Reacties
Een reactie posten