Duimelijntje

 ~~Duimelijntje~~

Telkens wanneer iemand haar “Duimelijntje” noemt, houdt haar hart zijn adem in, valt de wereld stil,
en in haar aderen ontwaakt een sluimerende pijn,
een verdriet dat ooit diep en stil werd begraven.
“Je bent mijn Duimelijntje,” fluisterde hij onverwacht,
zijn woorden omhulden haar als een warme mantel.
“Waarom Duimelijntje?” vroeg ze zacht,
en hij antwoordde: “Omdat je zo klein en fijn bent,
als een bloem die ik telkens opnieuw bewonder.
Je onzekerheid raakte iets in mij.
Jouw schoonheid wil ik voor mij alleen.
Ik zal er altijd voor je zijn.
Je pure, liefdevolle ziel zou ik willen verbergen voor de wereld, om je te beschermen tegen kwaad en pijn.”
Haar hart, onervaren en kwetsbaar,
schoof voorzichtig de muren opzij,
vertrouwde op de warmte van zijn woorden,
vond een schuilplaats in zijn stille blik,
en liet zich troosten door zijn adem,
als balsem op oude, onzichtbare wonden.
Maar opeens voelde ze een pijnlijke steek in haar hart.
Verward zocht ze zijn hand,
maar hij stond niet naast haar, noch vóór haar.
In wanhoop draaide ze zich om,
en daar stond hij, met een bebloed mes in zijn greep,
gedrenkt in het rood — haar bloed.
Een ijzige kou vulde haar borst,
het verraad sneed dieper dan ze kon dragen,
en de zoete droom, vol zachte beloften,
versplinterde in het genadeloze licht van de waarheid.
Ze stond alleen, gevangen in een web van verdriet,
en de enige die de wonde kon sluiten
was hij, degene die het mes vasthield.
Hij, die haar “Duimelijntje” had genoemd,
hij, die haar achterliet, klein en gebroken,
verloren in de echo van zijn lege woorden.
Zonder schuldgevoel,
Zonder schaamte,
Zonder medeleven.
Jaren zijn voorbijgegaan.
Duimelijntje heeft nu een eigen gezin.
Ze lacht, leeft mee, en vult de ruimte met warmte.
Haar kinderen voelen zich geborgen bij haar,
anderen vinden troost in haar aanwezigheid,
en overal waar ze gaat, is ze bemind en gewenst.
Het lijkt alsof alles goed is gekomen, alsof het leven haar heeft geheeld.
Maar 's nachts, wanneer de wereld tot rust komt
en iedereen verzonken is in hun dromen,
zit ze met een pen in de hand en legt haar ziel neer op papier.
Haar ogen glimlachen niet wanneer ze lacht,
ze luistert liever dan dat ze vertelt,
en haar blik, diep als een oceaan, verbergt verhalen zonder einde.
Verdrongen verdriet, een zweem van melancholie,
zorgen voor anderen als een schild — dat is haar bestaan.
Duimelijntje… ooit een naam vol warmte en tederheid,
een melodie die als troost in haar oren klonk.
Na al die stille jaren,
herinnert het haar telkens opnieuw
aan die ene keer, de eerste en laatste keer,
dat ze haar hart opende voor een droom,
die slechts een schaduw bleek te zijn van een harteloze leugen.
Een wonde die telkens opnieuw bloedt,
wanneer ze haar naam hoort...
L. A.
Alle reacties:

Reacties