De Stadsschouwburg een begrip in Amsterdam
De Stadsschouwburg een begrip in Amsterdam.
In 1774 werd een nieuwe schouwburg geopend, op het Leidseplein. Ook dit gebouw was geheel van hout. In de periode dat Napoleons soldaten door Amsterdam marcheerden veranderde de schouwburg meerdere malen van naam en was afwisselend Staats-, Hof- en Stadstheater. Napoleon zelf bezocht de schouwburg tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1811. Hij zag er Johanna Cornelia Ziesenis-Wattier spelen en noemde haar 'de grootste actrice van Europa'.
Oorspronkelijk had de Stadsschouwburg een groot aantal ingangen. Dit kwam omdat iedere bevolkingsgroep zijn eigen plaats had in de zaal, zijn pauzedrankje gebruikte in aparte foyers en dus ook de schouwburg betrad via zijn eigen entree. De hoofdingang in het midden was uitsluitend voor het deftige publiek. Voor deze ingang bevindt zich een passage waar de koetsen vroeger onder konden rijden tot aan de deuren. In de Rotonde, een ronde hal met een spiegelwand, wachtte dit deftige publiek na afloop van de voorstelling tot hun naam door een suppoost werd omgeroepen ten teken dat hun koets was voorgereden. De beide andere ingangen bevonden zich links en rechts van de hoofdingang.
Deze ingangen waren bestemd voor het minder rijke publiek en leidden naar het tweede en derde balkon, met uitsluitend houten stoelen en staanplaatsen. Om het derde balkon te bereiken moest men 88 treden opklimmen. Ook aan de Marnixstraat bevonden zich drie ingangen. Naast de nog steeds bestaande artiesteningang was er een toegang tot de zogenaamde Paardenbrug, die gebruikt werd om paarden op het toneel te brengen, en een Koninklijke Ingang voor Koninklijk bezoek.

Reacties
Een reactie posten