Tachtig jaar vrijheid


 Tachtig jaar vrijheid

Jan Camperts onsterfelijke:
Jan schreef dit in de nacht voor hij werd gefusilleerd.
De achttien doden.
Een cel is maar twee meter lang,
en net twee meter breed.
Wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet.
Maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien.
Wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.
O lieflijkheid van lucht en land
van Hollands vrije kust.
EƩns door de vijand overmand,
vond ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt de ijdele strijd.
Ik wist de taak die ik begon
een taak van moeiten zwaar.
Maar 't hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar.
Het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geƫerd.
Voordat een vloekb're schennershand,
het anders heeft begeerd.
Voordat die eden breekt en bralt,
het misselijk stuk bestond
en Hollands land binnenvalt
en brandschat zijnen grond,
Voordat die aanspraak maakt op eer,
en zulk Germaans gerief.
Een land dwong onder zijn beheer,
en plunderde als een dief.
De rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie.
Zo waar als ik straks dood zal zijn,
de liefste niet meer zie.
En niet meer breken zal het brood,
noch slapen mag met haar
Verwerp al wat hij biedt of bood,
de sluwe vogelaar.
Gedenkt die deze woorden leest,
mijn makkers in den nood.
En die hen nastaan ’t allermeest,
in hunnen rampspoed groot.
Zoals ook wij hebben gedacht,
aan eigen land en volk.
Er komt een dag na elke nacht,
voorbij trekt iedere wolk.
Ik zie hoe 't eerste morgenlicht,
door 't hoge venster draalt,
Mijn God maak mij het sterven licht,
en zo ik heb gefaald.
Gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena.
Opdat ik heenga als een man,
als ik voor de lopen sta.
(Uit een krant van 1945}

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster