Er bestaat een bepaald soort uitputting

 Er bestaat een bepaald soort uitputting die niet ontstaat door te hard werken,

maar door te weinig zijn —
door je stem, je behoeften, je intuïtie en je aanwezigheid klein te houden
om maar acceptabel te blijven voor de mensen om je heen.

Veel van ons leerden al vroeg dat licht geven gevolgen had.
Expressief zijn riep kritiek op.
Gevoelig zijn bracht schaamte.
Zelfverzekerd zijn wekte jaloezie.
Nieuwsgierig zijn werd weggewuifd.
Onszelf zijn leidde tot afwijzing.

Dus pasten we ons aan.
We verzachtten de randen die anderen ongemakkelijk maakten.
We dempten de delen die als “te veel” voelden.
We verborgen dat wat niet meteen te begrijpen was.
We verruilden authenticiteit voor erbij horen,
waarheid voor kalmte,
levendigheid voor goedkeuring.

En langzaam maar zeker gingen we die gedoofde versie van onszelf “persoonlijkheid” noemen.
We noemden het introversie, bescheidenheid, voorzichtigheid, volwassenheid of “makkelijk zijn.”
Maar de waarheid is eenvoudiger en pijnlijker:
je leerde overleven door kleiner te worden.

Dat kleiner worden was niet dramatisch —
het was geleidelijk.
Duizend kleine momenten waarop je veiligheid koos boven jezelf:
de grap die je inslikte,
de mening die je niet uitsprak,
de grens die je niet stelde,
de droom die je niet claimde,
de intuïtie die je negeerde.

En nu, jaren later, kijk je naar je leven en vraag je:
Wanneer ben ik mezelf kwijtgeraakt?
Wanneer stopte ik met ruimte innemen in mijn eigen verhaal?
Wanneer werd dimmen mijn standaard?

Hier is de waarheid waar je zenuwstelsel nog steeds aan moet wennen:
jouw licht was nooit het probleem.
De omgeving was dat.

Je was niet “te veel.”
Je paste simpelweg niet bij de ruimte waarin je stond.

Je was niet overweldigend.
Je werd omringd door mensen die alleen verteerbare versies van anderen konden liefhebben.

Je was niet dramatisch.
Je was expressief op plekken waar emoties niet welkom waren.

Je zat er niet naast.
Je liep voor.
Je keek dieper dan de kamer waarin je stond.

Je vonk opnieuw aanwakkeren betekent niet dat je luid, extravert of opvallend moet worden.
Het gaat om het afleggen van de beschermlagen die je hebben doen geloven
dat jouw waarheid gedempt moest worden om geliefd te zijn.

Het betekent weer leren verdragen dat je gezien wordt.
Het betekent terugkeren in je eigen lichaam.
Het betekent de energie terughalen die je ooit opgaf om de vrede te bewaren.

Je vonk is niet verdwenen —
hij wacht.
Niet om indruk te maken,
maar om te mogen bestaan.

En de wereld die jou deed dimmen,
is niet de wereld waarin jij bedoeld bent te blijven. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster