Soms voelt het alsof je in een kamer staat die langzaam leegloopt
Soms voelt het alsof je in een kamer staat die langzaam leegloopt, terwijl jij als enige achterblijft met het geluid van je eigen ademhaling. Alsof iedereen verdergaat, nieuwe hoofdstukken inslaat, en jij nog steeds op dezelfde bladzijde blijft hangen. Je kijkt om je heen en je weet: er is niemand die echt ziet wat er in je omgaat. Niet omdat ze het niet willen, maar omdat sommige stiltes nu eenmaal te diep zijn om met woorden te vullen.
Alleen voelen is geen gebrek aan mensen om je heen. Het is het gemis aan iemand die naast je komt zitten zonder iets te hoeven oplossen. Iemand die zegt: “Ik zie je. Ik hoor je. Je hoeft dit niet alleen te dragen.”En juist dat gemis snijdt het hardst.
Er zijn dagen waarop je hoopt dat iemand door je muren heen prikt, gewoon omdat jij de kracht niet meer hebt om ze opnieuw af te breken. Dagen waarop je je afvraagt of er ergens nog een plek is waar je niet hoeft te doen alsof, waar jouw zachtheid niet tegen je gebruikt wordt, waar je tranen niet als zwakte worden gezien, maar als een bewijs dat je leeft.
Maar er zit ook iets zachts in dat alleen zijn. Een fluistering die zegt dat je altijd nog jezelf hebt, zelfs in de momenten waarin niemand anders je lijkt vast te houden. Dat er in jou een kracht ligt die je ooit zelf hebt moeten ontdekken, juist omdat niemand anders dat voor je kon doen.
Misschien is dat het stille cadeau van de eenzaamheid:
dat je langzaam leert om terug te keren naar jezelf. Om je eigen gezelschap niet langer als een noodoplossing te zien,
maar als een thuiskomst.
Reacties
Een reactie posten