Lijden houdt op te bestaan
Lijden houdt op te bestaan zodra het een doel dient. Dat is de kern. Zolang pijn niets meer is dan een leeg gevoel, een strijd zonder richting, blijft het zich voeden met onze onzekerheid, onze angsten, onze zwakte. Maar geef het betekenis, en ineens verandert alles. Het lijden wordt een leraar, een mentor. Je kunt het niet langer wegduwen, negeren of ontkennen, want nu eist het dat je het aankijkt, dat je het begrijpt.
Zodra we betekenis vinden in wat ons neerdrukt, verandert de rol van lijden. Het wordt geen obstakel, maar een wegwijzer. Een ervaring die ons dwingt om dieper te kijken, om eerlijk te zijn over wat ons echt beweegt. We zitten vast zolang we worstelen zonder doel. Maar als we durven te zien waar dat lijden ons heen leidt, wordt het een noodzakelijke stap op weg naar onze eigen groei.
De pijn die ooit doelloos was, wordt nu een richtingaanwijzer. Geen reden meer om het te vermijden. Geen excuus meer om stil te staan. Het vraagt niet langer om medelijden, maar om actie. Om een keuze. Want het lijden dat betekenis heeft gekregen, verliest zijn macht. Het is geen last meer, het wordt een kans. Het houdt op te lijden.
Een oude man komt bij me, gebogen onder het gewicht van zijn verdriet. Zijn vrouw is onlangs overleden, en hij voelt zich verloren, leeg. Het leven lijkt zinloos zonder haar. Hij vertelt over de eindeloze dagen en nachten waarin hij haar aanwezigheid mist, de stilte die ondraaglijk wordt. Zijn lijden is tastbaar, bijna fysiek aanwezig.
Ik denk aan Victor Frankl, die ooit een vergelijkbare situatie beschreef. Frankl, overlevende van de Holocaust en in zijn latere leven psychiater, hoorde eens het verhaal van een man die, net als deze oude man, zijn vrouw had verloren en in diepe rouw leefde. Frankl stelde hem een simpele, maar confronterende vraag: "Als jij eerder was gestorven dan zij, hoe zou zij zich dan hebben gevoeld?" De man antwoordde dat zijn vrouw ondraaglijk verdriet zou hebben gehad, net zoals hij nu ervaart.
En daarin lag de sleutel. Het lijden van de man kreeg betekenis. Zijn pijn was een teken van liefde; hij droeg het lijden, zodat zij dat niet hoefde te doen. De man verliet het gesprek met een ander gevoel. Niet dat zijn pijn weg was, maar hij droeg het nu met een doel. Hij leed, zodat zijn geliefde dat niet hoefde.
De oude man voor me luistert stil als ik dit verhaal deel. Het is alsof er iets verschuift in zijn ogen. Niet dat de pijn verdwijnt – dat doet het nooit zomaar – maar er ontstaat ruimte voor betekenis. Hij lijdt, omdat hij van haar hield, en in dat lijden leeft een echo van die liefde voort. Zijn rouw krijgt een nieuwe dimensie. Zijn verdriet verandert niet in vreugde, maar het houdt op een nodeloze last te zijn. Het wordt iets wat hij kan dragen, omdat het geworteld is in iets dat groter is dan de pijn zelf: de liefde die ze deelden.
En zo houdt lijden op te lijden, niet omdat het weg is, maar omdat het nu een doel heeft. Het wordt een drager van betekenis, een noodzakelijke stap in het proces van afscheid nemen, zonder dat je ooit verliest wat je het meest dierbaar is.
Reacties
Een reactie posten