En dan begint het mechanisme
En dan begint het mechanisme.
“Ik heb dit vaker meegemaakt,” zeg ik tegen mezelf. “Het valt wel mee.” Mijn gedachten beginnen het te verzachten, te rationaliseren. Misschien is het wel oké. Het is maar voor een paar nachten, misschien is de kamer beter dan ik in eerste instantie denk. Dat is de eerste stap. Schaarste-denken dringt zich op – een oude overtuiging dat ik niet alles kan hebben, dat er altijd iets mis moet gaan. Misschien is dit wel het beste wat ik kan verwachten, fluistert die stem, en ergens begin ik dat te geloven.
De tweestrijd begint. Zeggen we iets? We hebben hiervoor betaald, voor iets beters. Moeten we ons beklag doen en eisen dat we naar een ander hotel verhuizen? Het voelt ongemakkelijk. Want eerlijk gezegd: mijn standaardreactie is om het goed te praten en het erbij te laten. Angst voor afwijzing komt omhoog. Wat als we lastig gevonden worden? Wat als we de situatie erger maken door er een punt van te maken? Ergens, diep vanbinnen, geloof ik nog steeds dat ik niet het hele brood verdien. Dat als ik te veel eis, ik zal worden afgestraft. We kijken elkaar vragend aan.
En dan is er die onderliggende vraag: verdien ik dit eigenlijk wel? Die gedachte dat ik geen recht heb om te klagen, dat ik het halve brood wel moet slikken, ondanks dat we hebben betaald voor een heel brood. Als we erop doorpraten, vragen we ons hardop af of onze twijfel wordt gevoed door een gevoel van onvoldoende eigenwaarde. Hoe vaak heb ik mezelf al wijsgemaakt dat ik ‘tevreden’ moet zijn met minder? Want de maatschappij, of misschien wel mijn eigen oorsprong, heeft me geleerd dat het vragen om wat ik daadwerkelijk wil, gelijkstaat aan arrogantie. Sociale conditionering heeft me verteld dat ik niet ‘te veel’ moet willen, dat ik genoegen moet nemen met wat ik krijg.
En het is zo verleidelijk om in dat patroon te blijven hangen. Comfort en vermijding van verandering zijn sterke mechanismen. Het is makkelijker om te blijven zitten in die muf ruikende hotelkamer en mezelf te vertellen dat ik niet moet zeuren, dan om actie te ondernemen en verandering af te dwingen. Want als ik eerlijk ben, dan is er ook een deel van mij dat zegt: “Dit is goed genoeg, ik kan dit wel verdragen.” Het voelt bijna comfortabel om niet te veel te vragen. Om niet te veel op te vallen. Om geen ‘moeilijke klant’ te zijn.
Maar het is confronterend. Want ik weet dat als ik hier niets van zeg, als ik nu niet opsta en actie onderneem, ik niet alleen dit moment verlies, maar ook mezelf. Het is een ervaring waar ik uitermate bekend mee ben. Ik sta erbij en kijk ernaar. Dit is wat er gebeurt als ik keer op keer genoegen neemt met dat halve brood. Ik slik de kruimels en overtuig mezelf ervan dat het wel genoeg is, terwijl ik dieper wegzak in een patroon dat mijn waarde ontkent.
Dankbaarheid wordt vaak als deugd geprezen, maar in deze context kan het een valkuil zijn. Ja, ik kan mezelf vertellen dat ik ‘gelukkig’ moet zijn met wat ik heb, dat er altijd mensen zijn die het slechter hebben. Maar dat is geen dankbaarheid, dat is een manier om mezelf stil te houden. Om niet te durven vragen om wat ik werkelijk verdien. Dat halve brood rationaliseren is niets anders dan een overlevingsmechanisme, een manier om pijn of ongemak te vermijden. Maar op de lange termijn kost het meer: het kost me mijn eigenwaarde, mijn tevredenheid, mijn recht om te eisen waar ik voor betaald heb.
En dan zitten we daar, in dat hotel uit de jaren 70, met voor ons een prima uitzicht maar in onze rug prikt de mufheid, en ik voel dat ik een keuze heb. Ik kan het accepteren, ik kan zwijgen en mijn gevoel goedpraten met zachte woorden, of ik kan nu iets anders doen. Ik kan beslissen dat het genoeg is geweest met die halve broden. Dat ik niet langer genoegen neem met minder dan wat ik waard ben. Dat ik het volle brood opeis, niet alleen voor dit moment, maar voor alle keren dat ik mezelf heb verteld dat ik het niet verdien.
Het is confronterend, het is ongemakkelijk, maar het is nodig. Want de prijs van die stilte, van dat accepteren, is te hoog geworden. Het is tijd om op te staan en te zeggen: “Dit is niet goed genoeg.” Tijd om in actie te komen. Tijd om dat hele brood op te eisen.
Hoe zit dat met jou? Koop je ook weleens een heel brood en neem je dan genoegen met het gevoel dat je ‘maar’ een half brood krijgt?
Reacties
Een reactie posten