Superioriteit en zelfvertrouwen
Superioriteit en zelfvertrouwen zijn niet hetzelfde. Iemand kan zich voortdurend groter, slimmer of belangrijker voordoen dan anderen, terwijl daaronder juist veel onzekerheid kan schuilgaan.
Bij sterke narcistische trekken kan een gevoel van superioriteit dienen om een kwetsbaar zelfbeeld te beschermen. Kritiek, afwijzing of het succes van iemand anders kan dan sneller worden ervaren als een bedreiging. In plaats van die onzekerheid onder ogen te zien, kan iemand proberen zichzelf opnieuw groter te maken door anderen te kleineren.Dat kan zichtbaar worden in neerbuigende opmerkingen, constante vergelijkingen, het niet kunnen verdragen van kritiek of de behoefte om altijd gelijk te hebben. Wanneer iemand zich pas waardevol voelt als een ander zich minderwaardig voelt, ontstaat een ongezonde machtsdynamiek.
Gezond zelfvertrouwen werkt anders. Je hoeft anderen niet te overtreffen om te weten wat je waard bent. Je kunt fouten erkennen, kritiek verdragen en blij zijn met het succes van een ander zonder dat dit je eigenwaarde aantast.
Daarom hoef jij jezelf niet kleiner te maken om iemand anders zich groter te laten voelen. Je hoeft je kwaliteiten niet te verbergen, je stem niet zachter te maken en je grenzen niet op te geven om een ander gerust te stellen.
Werkelijke innerlijke kracht heeft geen publiek nodig om superioriteit te bewijzen. Ze kan bestaan zonder vergelijking.
Wanneer merk jij dat zelfvertrouwen overgaat in de behoefte om boven anderen te staan?
Reacties
Een reactie posten