Een onzichtbare schreeuw
Een onzichtbare schreeuw.
Er zijn mensen zoals jij, zoals ik, zoals velen. Mensen die zich groot houden terwijl de wereld hen steeds kleiner maakt. Ze lachen alsof het goed gaat, maar achter gesloten deuren vechten ze een strijd die niemand ziet. Misschien zien we het wel, maar écht kijken? Dat doen we vaak niet. En als ze dan eindelijk de moed verzamelen om iets te zeggen, om hulp te vragen, dan volgt geen hand die ze vasthoudt, maar een trap die hen nog verder de afgrond in duwt.Het lijkt soms alsof we collectief vergeten zijn wat menselijkheid betekent. “Waarom zou ík helpen?” fluisteren de stemmen in gedachten. “Er zijn toch instanties voor dit soort dingen?” Of erger nog: “Ik heb het zelf ook zwaar, hoor.” We zijn zo druk met ons eigen verhaal dat we vergeten te luisteren naar dat van een ander. Misschien omdat luisteren ongemakkelijk maakt, omdat het ons confronteert met onze eigen tekortkomingen. Of misschien simpelweg omdat we niet willen erkennen dat de wereld groter is dan ons eigen leven.
En als er dan wél iemand is die helpt, dan komt dat soms met voorwaarden. Verwachtingen. Als je eindelijk de moed hebt gevonden om, om hulp te vragen, lijkt het alsof je een onzichtbare prijs moet betalen. Mensen willen erkend worden voor hun “goedheid.” Een bedankje is niet genoeg. Je moet blijven tonen hoe dankbaar je bent, keer op keer, alsof je iets hebt gekregen dat je eigenlijk niet waard bent. Is dat dan hulp? Als je je kleiner moet maken, als je voelt dat je steeds opnieuw moet buigen voor iemand die je zogenaamd uit de goot helpt?
Hulp is geen transactie. Het is geen ruilmiddel, geen kans om je eigen ego op te poetsen. Toch voelt het vaak zo. Het lijkt soms alsof hulp een verborgen agenda heeft: “Ik wil je helpen, maar dan moet jij laten zien hoe goed ík ben.” Of erger nog: “Ik help je nu, maar later verwacht ik wel iets terug.” Hoe vaak zien we niet dat iemand wordt weggewuifd als ze niet ‘genoeg’ doen om hun dankbaarheid te tonen? Hoe vaak wordt hulp ingetrokken omdat iemand niet aan die onuitgesproken voorwaarden voldoet?
Echte hulp vraagt niets terug. Het komt voort uit menselijkheid, niet uit trots of eigenbelang. Het gaat niet om wat je ervoor krijgt, maar om wat je geeft. Het betekent dat je iets doet voor een ander zonder je hand op te houden, zonder voorwaarden, zonder verborgen agenda. Het is kijken naar een ander en zeggen: “Ik zie je, en ik wil er voor je zijn.” Zonder dat daar iets anders tegenover hoeft te staan dan de wetenschap dat je het juiste hebt gedaan.
Maar dat is niet altijd wat je krijgt. Soms is er hulp, maar dan komt die met venijnige blikken of een onuitgesproken oordeel. Of je voelt dat je je schuldig moet voelen, dat je iets moet goedmaken. Dat is geen hulp. Dat is macht. Macht over iemand die al kwetsbaar is. En dat maakt het nóg moeilijker om ooit weer om hulp te vragen.
Waarom kunnen we niet gewoon helpen omdat het nodig is? Omdat het goed voelt? Zonder achteraf een rekenlijstje te maken van wat we ervoor terug willen? Want echte hulp is onvoorwaardelijk. Het is vrij van verwachtingen en verplichtingen. Het tilt de ander op zonder hen nog verder te belasten. Het is geven zonder dat de ander zich afvraagt wat de verborgen prijs is.
Degene die om hulp vraagt, is vaak de sterkste. Want het is niet makkelijk om je kwetsbaarheid te tonen. Het vraagt moed om te zeggen: “Ik red het niet alleen.” Maar we vergeten dat. We fluisteren achter hun rug dat ze aandacht willen, dat ze zielig doen. Misschien willen ze aandacht, maar wat als dat precies is wat ze nodig hebben? Wat als een beetje aandacht het verschil maakt tussen hoop en wanhoop?
Wanneer zag jij voor het laatst iemand die echt in nood was? Wat deed je? Liet je een snelle “sterkte” achter in de comments? Gooide je er een emoji tegenaan? Of besloot je, ondanks je twijfels, iets te dóén? Kijk om je heen. Het is makkelijk om niets te doen, om door te scrollen, om je ogen te sluiten. Maar wat als je gewoon even stopt, kijkt, en zegt: “Ik ben er voor je”?
Je hoeft geen held te zijn. Je hoeft geen groot gebaar te maken. Soms is een klein gebaar genoeg. Een kaartje voor de buurvrouw die nooit bezoek krijgt. Een maaltijd voor die alleenstaande vader die altijd met een lege kar bij de kassa staat. Een vriendelijk woord voor de collega die altijd glimlacht, maar van binnen misschien wel schreeuwt.
De wereld is niet kapot omdat er geen hulp meer is. De wereld is kapot omdat we vergeten zijn dat helpen niets kost behalve een beetje van onszelf. Het is makkelijk om niets te doen. Het is makkelijk om te zeggen dat het niet jouw verantwoordelijkheid is. Maar als jij degene bent die een ander weer op de been helpt, wie weet wat dat kan betekenen? Misschien red je daarmee niet alleen hen, maar ook een stukje van jezelf. En heel misschien, komt er ooit een tijd waarin ook jij hulp nodig hebt.
“Het gaat niet om de grootsheid die we zoeken, maar het kleine wat we delen met elkaar”
De Handen die We Zijn
Handen zijn er om te geven,
Zonder woorden, zonder gewicht.
Ze raken aan, ze tillen op,
Ze dragen wat gebroken ligt.
Soms blijven handen op de rug,
Bang om te veel of niets te doen.
Maar echte handen vragen niet,
Ze zoeken enkel naar het groen.
Een hand kan zacht de pijn verzachten,
Kan schuilen zijn, een lichtend pad.
Geen tol, geen prijs, geen lege krachten,
Alleen wat simpel liefde had.
Wie helpt, is nooit een hand alleen,
Het is een spiegel, kwetsbaar en fijn.
De wereld vraagt geen groot gebaar,
Alleen dat wij de handen zijn.
Reacties
Een reactie posten