Troost
Troost
Er is een stilte die alles omhult,
een stilte waarin de vlam spreekt zonder woorden.
In dat zachte licht, midden in de duisternis,
herinnert de ziel zich dat niets ooit echt verloren gaat.
Want troost is geen woord, geen handeling,
het is een trilling — een fluistering uit een andere wereld.
Wanneer je diep in de vlam kijkt,
zie je niet enkel vuur,
maar de adem van het leven zelf.
Ze beweegt, danst, buigt even,
zoals de ziel zich buigt onder verdriet,
maar nooit, nooit dooft.
De kaars zegt: “Ik brand niet om te verdwijnen,
ik brand om te herinneren dat licht sterker is dan pijn.”
En in dat besef komt er vrede.
Want troost is niet dat alles goed komt,
maar dat jij mag rusten in het weten
dat alles zin heeft — ook wat je niet begrijpt.
De Geest fluistert zachtjes door de vlam heen:
“Ik ben dichtbij, dichter dan je adem,
in elke traan, in elke zucht van liefde.”
En wie luistert met het hart,
hoort het lied van eeuwigheid —
een lied dat zegt:
“Er is geen einde, alleen een nieuwe vorm van nabijheid.”
Dus als je verdriet voelt, kijk naar het licht.
Zie hoe het blijft branden,
zelfs in de stilte van de nacht.
Dat is de belofte van het Leven:
waar duisternis is, zal het Licht altijd weer geboren worden.
En dat Licht,
dat ben jij —
eeuwig, onuitblusbaar,
Gods adem in menselijke vorm.
Troost is weten dat Liefde nooit sterft.
Reacties
Een reactie posten