Een week geleden

Een week geleden was ik in tranen. De berg voelde op een bepaald moment té hoog, de emotie van het vele té zwaar. Ik liet me gaan. Verdriet, teleurstelling, boosheid—alles kwam samen. Ik voelde de pijn van niet gezien en erkend worden. Van fysiek en mentaal te veel van mezelf vragen. Kortom: het was simpelweg te veel.

Vroeger stond ik mezelf dat niet toe. Nu wel. Ik voel, ik huil, ik geef mezelf de ruimte. De liefde peilt, komt dichtbij, vraagt of ik steun kan gebruiken. En laat me, op mijn verzoek. Om me even later, zonder woorden ditmaal, in de armen te nemen. Al met al duurt het niet eens zo lang voordat de scherpe pijn uit mijn lijf en hart wegebt. Maar de emoties deinen nog na. Ze willen gewiegd worden.

Ik kan veel aan. Doe veel. En ik weet dat ik de neiging heb om het alleen te doen. Juist daarom praat ik erover. Vraag ik mensen om me scherp te houden. Nodig ik uit om dingen uit mijn handen te nemen als dat nodig is. En omdat ik weet dat ik het niet allemaal alleen hoef te doen, vraag ik hulp.

Daar zit de crux. Mijn hulpvraag wordt nauwelijks gehonoreerd. Iedereen is druk. Dus doe ik het toch zelf. En dan, ineens, zonder waarschuwing, is ze daar. Het kleine meisje in mij. In tranen.

Het meisje dat voelt dat de volwassenen in haar leven niet beschikbaar zijn. Dat ze het zelf mag rooien. Het meisje dat zich verloren voelt - en niemand die dat ziet. Maar daar zorgt ze zelf wel voor. Dat meisje dus. Zij liet van zich horen.

Als ik dit schrijf, zie ik haar voor me. Ik voel haar verdriet. En ik, mijn volwassen zelf, wil naar haar uitreiken, haar in mijn armen nemen. Ze heeft zorg nodig. Niet iemand die zegt dat ze zich altijd tekort gedaan voelt. Nee. Ze heeft iemand nodig die zegt: je doet ertoe. Dat alles wat ze voelt ertoe doet. Dat ze zich niet sterk hoeft te houden.

Als mijn volwassen ik haar troost, haar erkent in haar pijn, wordt het rustiger in mij. Dan zie ik dat de boosheid van nu niet over nu gaat. Het maakt me zachter, opener. En het doet me beseffen dat, hoe veel ik ook heb ervaren en gevoeld sinds ik dat kleine meisje was, zij zich zo nu en dan laat zien.

En dat ik haar mag horen.

Niet alleen in haar kwetsbaarheid, maar ook in haar speelsheid. Want datzelfde meisje huppelt ook, plukt bloemen, zingt de hele dag. Als ik zorg draag voor alles in mijzelf, als ik met liefde naar binnen beweeg, weet ik: het komt goed. Het is goed. Alles wat ik voel, heeft betekenis.

Liefde voor onszelf is het antwoord op alles wat daarna komt. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster