Het is misschien wel het moeilijkste wat er is

Het is misschien wel het moeilijkste wat er is voor een ouder: je kind voelen wegglijden en niet weten hoe je die verbinding kunt herstellen. Het gevoel van onmacht kan allesoverheersend zijn. Je instinct schreeuwt dat je harder moet werken, meer moet doen, alles moet geven om je kind terug te winnen. Maar hoe pijnlijk het ook is om te horen, soms is het precies die neiging die de afstand vergroot.

Ik sprak vandaag met een moeder die haar kinderen nauwelijks ziet omdat hun vader ze bij haar weghoudt. Ze wil niets liever dan die kloof dichten, en dat doet ze door extra haar best te doen: cadeautjes geven, leuke uitjes organiseren, alles wat ze maar kan bedenken om hun liefde terug te winnen. En haar vraag aan mij was simpel: “Doe ik hier goed aan?”

En terwijl ik haar onmacht en verdriet voelde, kon ik niet anders dan haar een systemisch antwoord geven: hoe meer je aan ze trekt, hoe verder ze zich zullen terugtrekken. Dit gaat niet alleen over deze specifieke situatie, maar over een dieper patroon. Haar kinderen zitten gevangen in een loyaliteitsconflict. Om bij hun vader in het ‘nest’ te blijven, moeten ze zich loyaal aan hem tonen. De keuze is voor hen haast geen keuze; het is overleven. Als ze te dicht bij hun moeder komen, riskeren ze dat ze door hun vader uit het nest worden gezet. Dat is hun werkelijkheid, en het dwingt hen weg van de ene ouder om bij de ander te blijven.

Voor deze moeder was dat inzicht hartverscheurend. Maar het gaf ook een stuk helderheid. Want wat ze wel kan doen, is iets anders dan trekken: beschikbaar zijn. Aangeven dat de deur altijd openstaat. Dat als ze haar nodig hebben, zij er is, zonder druk, zonder voorwaarden.

Het deed me denken aan mijn eigen zoon. Er was een moment waarop ik voelde dat hij zichzelf vastzette, dat hij te veel op zijn schouders nam. En in plaats van te pushen, zei ik tegen hem: “Ik weet dat je het goed alleen kan, maar realiseer je dat ik er graag voor je wil zijn. Je hoeft het niet alleen te doen, ook al weet ik dat het jouw keuze is.” Het was een subtiele uitnodiging, geen druk. Een signaal dat hij het niet alleen hoefde te dragen, maar dat hij de ruimte had om dat wel te doen, als dat was wat hij nodig had.

En dat is waar het om draait: wachten, maar niet passief wachten. Als ouder kun je signalen afgeven. Zacht, zonder eisen. Je kunt kaders scheppen waarin je kind zich veilig voelt om terug te keren. Het is het geduld van weten dat je niet kunt forceren, dat trekken het omgekeerde effect heeft. Maar dat je er wel bent. Altijd.

Wachten is niet hetzelfde als niets doen. Het is een actief proces van ruimte geven. Je bent beschikbaar, zonder te trekken, en daarmee geef je je kind de kans om naar je toe te komen wanneer ze daaraan toe zijn. Zonder druk, zonder het gevoel dat ze moeten kiezen tussen twee werelden. En zo creƫer je een veilige plek waar je kind weet dat het altijd kan terugkeren, op diens eigen voorwaarden.

Dit stuk is met toestemming geplaatst.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster