Geef de vogels geen nest

 Geef de vogels geen nest

Ik zit in de tuin en kijk op van mijn werk. Druk gefladder van een grote kleiduif haalt me uit mijn concentratie. Hij hupt over het tuinpaadje met een takje in zijn snavel en vliegt ermee het dikke bladerdak in van de blauwe regen.
‘Dit is niet de bedoeling lieve duif. Je mag water komen drinken en takjes verzamelen maar nestelen doe je maar ergens anders.’ Ik loop naar het beestje toe en jaag hem zachtjes op. Ruw gestoord in zijn bezigheden vliegt hij dan toch maar weg.

Het doet me denken aan een spreuk van mijn oom. En aan het leven. Ik weet dat een spreuk geen dingen oplost, maar soms helpt het ons in; hoe kan ik nu verder?

Sommige gebeurtenissen laten zich niet zomaar oplossen. Een harde levensles maar waar. Soms groeien we gewoonweg uit elkaar. Kunnen we de weg die ons bij elkaar bracht niet meer terugvinden. Niet omdat een van ons fout is maar we elkaar in alles wat het leven ons bracht niet meer weten te bereiken.

Eindeloos draai je gesprekken terug in je hoofd. Had ik iets anders moeten zeggen? Had ik beter moeten luisteren? Minder moeten uitleggen? Meer moeten zwijgen?

Maar soms bestaat er geen zin of woord die alles weer goed maakt. Is er geen antwoord op de vragen die maar blijven malen.

En precies daar zit een stukje bevrijding; antwoorden of de juiste woorden hoeven niet altijd te komen.

Wat ik bij mezelf door het leven heen ontdekte, is hoe gemakkelijk verdriet of pijn een eigen leven gaan leiden. Je gedachten gaan beheersen. Bijna ongemerkt. Ze staan met je op als je wakker wordt. Ze schuiven bij je aan tafel als je koffie drinkt. Ze kruipen bij je onder de dekens als je weer naar bed gaat.

En voor je het weet kijk je niet meer met open ogen naar de wereld, maar door de bril van je verdriet en je pijn.

Een oom van mij zei vroeger:

“Geef de vogels van verdriet nooit de kans zich te nestelen in je haar.”

Ik vond dat altijd een heel rake en mooie uitspraak die ik nooit meer vergeet. Vooral toen ik door een periode ging van het verlies van meerdere dierbaren heb ik hem vaker in mijn hoofd herhaald.

Ook begrijp ik inmiddels hoe je deze spreuk op allerlei emoties kunt toepassen. Rouw, pijn, boosheid, teleurstelling, gemis, verlies, onbegrip, verdriet.

Ze horen allemaal bij het leven en mogen allemaal landen om gezien te worden. Moeten juist landen om gezien te worden.

Maar wanneer ze daar te lang blijven zitten, takjes gaan verzamelen en stilletjes hun nest gaan bouwen, veranderen ze ongemerkt je blik op de hele wereld.

Dan gaat de pijn die je in je hart ervaart, langzaam over in een kilte of hardheid waarmee je naar de wereld gaat kijken.

En is dat niet het allergrootste verlies? Dat je niet de ander kwijt bent maar jezelf verliest?

Door het leven heen leerde ik dat loslaten niet hetzelfde is als opgeven. Soms komt er een moment waarop je voelt dat je hebt gedaan wat binnen jouw mogelijkheden lag. En als er dan nog geen wederkerigheid ontstaat mag je het misschien voorzichtig loslaten. Ja dat doet hartstikke veel pijn, ja dat klinkt makkelijker dan het is.

Maar voor mij is loslaten stoppen met iedere dag hetzelfde gevecht aangaan. De ballon niet steeds verder opblazen zonder dat ik het door hebt, maar juist zachtjes wat lucht laten ontsnappen. Om weer ruimer te kunnen ademen.

Afstand nemen doet namelijk ook iets moois. Waar ik vroeger dacht dat afstand liefdeloos was schept het juist ruimte. Niet dat de pijn verdwijnt maar de ruis wordt minder. Van een afstand zie ik niet meer alleen de scherpe kanten van een persoon, maar kan ik ook de zachte kanten weer zien.

We bestaan allemaal uit meerdere facetten. Zoals een draaiende kristal. Er hangt er eentje bij mij voor het raam waar ik vaak naar kijk als hij langzaam zijn rondjes draait en kleur brengt op de witte wanden.

Het ene vlak vangt het licht, terwijl een ander stukje in de schaduw ligt. Geen mens is alleen maar zijn mooiste kant, en ook niet alleen zijn moeilijkste.

En dat besef brengt me mildheid. Niet omdat ik het nu allemaal snap en begrijp maar omdat ik niet overal meer een verklaring voor nodig heb.

Liefde betekent niet altijd dat alles goed komt. Dat hoor je van de zijlijn nogal eens roepen; ‘Waar liefde is komt alles goed’. Was het maar zo. Want soms is liefde de ander zijn eigen weg laten gaan, om die van jezelf weer op te pakken. Omdat ik trouw wil blijven aan wie ik ten diepste ben. Niet aan mijn hardheid of mijn wrok, maar aan de liefde en harmonie waarin ik me het meeste thuis voel. Waarin mijn deur bij wederkerigheid altijd op een kier blijft staan.

Dus hoe zwaar het leven soms ook kan zijn, ik hoor nog vaak de woorden van mijn oom;

‘Geef de vogels van het verdriet geen kans zich in je haar te gaan nestelen.’

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster