Soms merk je het pas achteraf
Soms merk je het pas achteraf, hoe hard je eigenlijk aan het zoeken was, hoe je jezelf bijna vastzet in dat zoeken, in het willen begrijpen, in het steeds opnieuw stellen van dezelfde vraag maar dan net anders geformuleerd, in de hoop dat het antwoord zich dan wél laat zien, alsof er ergens een deur is die je alleen nog maar op de juiste manier hoeft te openen, terwijl je ondertussen steeds verder van jezelf afdrijft zonder dat je het doorhebt.
Ik heb daar ook gezeten, in dat zoeken, in dat trekken aan iets wat zich niet liet forceren, in het gevoel dat er iets was wat ik moest begrijpen, iets wat ik moest kunnen plaatsen, alsof de puzzel pas compleet was als elk stukje zichtbaar was, terwijl ik diep vanbinnen eigenlijk al voelde dat het niet zo werkte, dat de antwoorden zich niet lieten afdwingen, maar dat was lastig te accepteren, want het hoofd wil begrijpen, wil controle, wil zekerheid, wil houvast.
En toch, ergens onderweg, zonder dat ik precies kan aanwijzen wanneer het kantelpunt kwam, begon er iets te verschuiven, niet groots, niet ineens helder of verlicht, maar subtiel, bijna ongemerkt, alsof er iets in mij moe werd van het zoeken en het even losliet, en juist in dat loslaten, in dat moment waarop ik niet meer zo hard mijn best deed om het te snappen, ontstond er ruimte, een soort stilte die eerst leeg voelde maar eigenlijk helemaal niet leeg was.
Want in die stilte begon ik te merken dat er dingen naar me toe kwamen, niet omdat ik ze zocht, maar omdat ik er ruimte voor had gemaakt, kleine inzichten, zachte ingevingen, soms ineens een weten zonder woorden, op momenten dat ik er totaal niet mee bezig was, onder de douche, tijdens het wandelen, midden in iets alledaags, en juist dat maakte het zo duidelijk, dat dit een andere laag was, een laag die niet reageert op controle of druk, maar op afstemming.
En zelfs toen, toen ik dat begon te herkennen, kwam niet alles in één keer, en dat vond ik misschien nog wel het lastigste, dat je voelt dat je op de juiste manier beweegt, dat je vertrouwt, dat je loslaat, en dat het antwoord dan nog steeds niet volledig komt, dat het zich stukje bij beetje laat zien, alsof het leven zelf bepaalt wat jij op dit moment kunt dragen en wat nog even mag rijpen, en daar zit iets in wat je niet kunt versnellen, hoe graag je dat soms ook zou willen.
Want dat is wat ik ben gaan begrijpen, of eigenlijk gaan voelen, dat niet alles bedoeld is om meteen duidelijk te zijn, dat sommige dingen zich pas laten zien op het moment dat jij er klaar voor bent, niet omdat je iets nog niet goed doet, maar omdat het simpelweg nog niet het moment is, omdat jouw proces, jouw bewustzijn, jouw leven nog in beweging is richting dat punt.
En dat is wat voor mij de betekenis van divine timing is geworden, niet iets vaags of iets wat je zegt om jezelf gerust te stellen, maar iets wat je daadwerkelijk ervaart, in hoe dingen samenkomen zonder dat je ze forceert, in hoe antwoorden opduiken precies op het moment dat ze passen, niet eerder, niet later, maar precies wanneer het klopt.
Ik heb moeten leren om het niet meer vast te willen grijpen, om het niet meer met mijn hoofd te willen verklaren, om te accepteren dat ik niet altijd alles nu weet, en dat dat oké is, dat het zelfs nodig is, omdat juist in dat niet-weten de ruimte ontstaat waarin iets nieuws kan ontstaan, iets wat dieper ligt dan alles wat je met denken ooit kunt bereiken.
En misschien is dat wel het rauwe stuk hierin, dat vertrouwen niet betekent dat je altijd helderheid hebt, maar dat je blijft staan ook als die helderheid er nog niet is, dat je niet terugschiet in zoeken of twijfelen, maar dat je blijft voelen, blijft afstemmen, blijft aanwezig, ook in de leegte, ook in het niet-weten.
Want uiteindelijk ben ik gaan ervaren dat de antwoorden niet buiten mij liggen, dat niemand mij datgene kan geven wat ik zelf mag gaan voelen, dat de weg niet is om steeds opnieuw te vragen “wat betekent dit”, maar om te leren luisteren naar wat er al in mij beweegt, hoe zacht en subtiel dat soms ook is.
En hoe minder ik ben gaan zoeken, hoe dichter ik bij mezelf ben gekomen, hoe rustiger het werd, hoe helderder, zonder dat ik daar moeite voor hoefde te doen, zonder dat ik iets hoefde te forceren.
Het ontvouwt zich, altijd, maar alleen als je het de ruimte geeft om zich te mogen ontvouwen.
Niet op jouw tempo, maar op het tempo waarop het klopt.
Reacties
Een reactie posten