Een verhaal voor deze tijd

 Een verhaal voor deze tijd

vrij geïnspireerd door oude woorden die nog altijd ademen

In een klein dorp, ergens tussen het lawaai van de wereld en de stilte van het hart, woonde een jongen met een droom: hij wilde iets betekenen. Niet groots, niet luid. Gewoon… écht.

Op een ochtend vond hij een zaadje. Zo klein dat het leek alsof het niets was. Maar iets in hem fluisterde: “Plant het.”
En dus groef hij met zijn blote handen een gaatje in de grond, legde het zaadje erin, bedekte het met aarde, en gaf het water — elke dag opnieuw.

De mensen lachten. “Wat verwacht je van zoiets kleins?”
Maar hij glimlachte alleen en zei: “Wacht maar.”

Jaren gingen voorbij. De boom groeide. Niet in één nacht, niet zonder storm, maar wel standvastig. Tot op een dag vogels begonnen te landen in zijn takken. Mensen kwamen schuilen in zijn schaduw. En het dorp vond er rust, zonder precies te weten waarom.

In een ander huis, op dezelfde ochtend, begon een vrouw te kneden. Ze nam meel — gewoon meel — en werkte er iets in wat je niet kon zien: een handvol gist. Ze liet het rusten. En langzaam begon het deeg te leven.
Te rijzen.
Te ademen.

Haar kinderen aten later van het brood en zeiden: “Mam, dit smaakt naar thuis.”
Ze glimlachte.
Ze wist dat het geheim niet in het meel zat, maar in wat je er onzichtbaar aan toevoegt — liefde, aandacht, overgave.

Zo is het met alles wat werkelijk leeft.
Het Koninkrijk, het Licht, de Eeuwigheid — het is geen paleis.
Het is een zaadje dat je durft te planten.
Een beetje gist in een wereld die soms hard en droog aanvoelt.
Het is een fluistering die groeit als je haar niet onderbreekt.

En wie luistert, herkent het.
Niet in grote woorden, maar in kleine wonderen.
In bomen die schaduw geven.
In brood dat je deelt.
In stilte die spreekt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster