Kerstlicht Zonder Gasvlam

 Kerstlicht Zonder Gasvlam

Eerste kerstdag. Terwijl half Nederland zich volpropt met drie gangen foie gras en selfies neemt naast de kerstboom, was ik bezig met een culinaire hoogmis van een ander kaliber: het mysterie van de pan die niet heet werd. Je denkt misschien dat het een diep filosofisch moment was, maar nee. Mijn gasfles bleek net zo leeg als de kerstwensen die BN’ers op Instagram posten.

Het was zo’n moment waarop je beseft dat het universum een uitstekend gevoel voor humor heeft. Want uiteraard merk je pas dat je gas op is als het donker is. Dus daar stond ik, als een moderne kluizenaar in een weiland, met een lege maag, een lege gasfles en een zaklamp die z’n pensioen al lang verdiend had. Een warme kerstmaaltijd? Nee joh, het werd een broodje met wat vage pasta die ik ooit ‘voor noodgevallen’ had bewaard. Een droog stuk brood is echt het toppunt van feestelijk, vooral als het enige wat nog knus brandt, je frustratie en je kaars zijn.

Nu moet je niet denken dat ik helemaal zielig en verlaten was. Nee hoor, ik had gezelschap: mijn hond. Terwijl ik worstelde met de vraag of een koude boterham nog een Michelinster kon verdienen, zat hij naast me, zijn ogen vol verwachting gericht op de tafel. Alsof hij dacht: ‘Jij hebt het misschien opgegeven, maar ík ga hier niet zonder kerstdiner weg.’ Ik gaf hem een stukje brood, wat hij met dezelfde devotie opat als een ander een kerstkalkoen zou verslinden. Moraal van het verhaal? Als je je standaarden laag genoeg legt, is elke maaltijd een feest.

Terwijl de avond vorderde en ik mijn kaars nauwlettend in de gaten hield (mijn enige warmtebron én mood lighting), bedacht ik hoe goed ik het eigenlijk heb. Geen gestreste schoonfamilie die subtiele steken onder water uitdeelt. Geen gourmetplaat die verandert in een oorlogsgebied van aangebrande stukjes vlees. Alleen mijn hond, ikzelf, en de sterrenhemel als kerstdecor. En als ik m’n ogen dichtkneep, leek die kaarsvlam bijna op een haardvuur. Bijna.

Ben ik dan zielig? Absoluut niet. Ik ben gewoon enorm blij met mijn luxe verblijf in een weiland, zonder al die verplichte nummertjes met kerst die oh zo gezellig moeten zijn. Met al hun schijn van allure en die subtiele steken onder water, terwijl eigenlijk niemand er écht zin in heeft. Pfff, geef mij maar een koude boterham en de sterren.

Maar goed, vandaag vieren we tweede kerstdag. Niet met een lopend buffet, maar met een strompelend prakje bij het daklozencentrum. Het menu? Verrassing van de chef, oftewel: alles wat nog over was van gisteren. De sfeer? Top, zolang je een uur in de rij staan als kersttraditie ziet. En wie weet, als het universum echt in een goede bui is, blijven we onderweg naar huis nog droog ook.

Maar eerlijk, wat is kerst nou eigenlijk? Is het de overvloed? Het gourmetstel? De Instagram-perfecte tafels? Of is het simpelweg overleven met een boterham in de hand, een hond die alles beter maakt en een innerlijke stem die fluistert: ‘Volgend jaar wordt het vast nóg erger.’

"Kerst is de enige tijd van het jaar waarin je je kunt afvragen of je echt zin hebt in die perfecte familie-eenheid, of liever gewoon in je eentje in een weiland met een hond en een boterham."

Kerst in het Weilandsche

Kerstmis, geen gourmet, geen dure dingen,
Een hond, een brood, en misschien wat wijn (als het zou kunnen).
Geen angst voor de tafel, geen strakke gezichten,
Slechts een kaars die het donker bezingt.

Geen druk om perfect te zijn, geen ‘musts’ om te doen,
Gewoon ik, mijn hond, en het weiland dat we voelen.
Want kerst is niet de show die we ooit zagen,
Het is de stilte, het lachen, de simpelste vragen.

Ik vier mijn kerst op een heel eigen manier,
Met een droog stuk brood en een kaars als sfeer.
Geen pracht en praal, geen luxe, geen druk,
Gewoon een hond, een weiland..
..En heel veel geluk.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster