Ik ben Rouw

 Ik ben Rouw.

Ik was niet uitgenodigd,
maar ik kwam toch.
Niet luidruchtig. Niet dramatisch.
Gewoon plotseling.
Ongewenst.
Als een fluistering die je niet hoorde – totdat het het enige was wat je nog kon horen.
Je herkende me in het begin niet.
Je dacht dat ik shock was.
Uitputting.
Verdoving.
Maar nee.
Ik was het.
Ik ben het nog steeds.
Ik kwam zonder waarschuwing
en ik zette alles op zijn kop.
Ik kroop in de lege ruimtes die zij ooit opvulden.
Kroop in jouw stilte.
Ik krulde me naast je op toen het huis te stil aanvoelde
en de wereld buiten gewoon doorging.
En ik bleef.
Ik heb gezien hoe je brak op plekken die niemand ziet.
Ik heb gezien hoe je je adem inhield in kamers waar ooit gelachen werd.
Ik heb gezien hoe je glimlachte, alleen maar om de dag door te komen.
Je haat me, dat weet ik.
En ik begrijp het.
Ik verscheen precies toen je wereld uiteenviel –
toen het gelach verstomde,
toen de telefoontjes stopten,
toen zij er niet meer waren.
Ik heb die verbrijzeling niet veroorzaakt.
Maar ik ben wat er overblijft in de stilte.
Het deel waar je niet om vroeg,
maar dat je ook niet los lijkt te kunnen laten.
Ik zal niet verdwijnen.
Maar ik zal veranderen.
Sommige dagen ben ik een storm.
Andere dagen een schaduw.
En heel soms
merk je misschien dat ik ruimte heb gemaakt
voor iets anders –
een sprankje vreugde.
Een moment van hoop.
Ik ben niet het einde.
Ik ben wat zijn intrek nam toen de wereld openbrak –
toen alles wat je kende instortte.
Ik ben wat blijft hangen in het puin dat zij achterlieten.
Maar als je me toelaat,
kan ik je misschien laten zien dat zelfs hier,
in de ruĆÆnes van wat ooit was...
er toch iets zachters kan groeien. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster