Bloemen Boodschap
Er komt een moment waarop we niet langer zoeken naar antwoorden, maar beginnen te luisteren naar wat altijd al sprak—zacht, geduldig, nabij. Het moment waarop we merken dat we niet tegenover de wereld staan, maar er deel van uitmaken. Alsof het leven zelf zegt: je bent nooit weggeweest.
De grens tussen binnen en buiten begint te vervagen wanneer we wandelen zonder doel, ademen zonder haast, en voelen zonder oordeel. De lucht die we inademen is geen ander ding dan wijzelf. De grond waarop we stappen, tilt ons niet op als een vreemd gewicht, maar draagt ons zoals een moeder haar kind draagt: vanzelfsprekend.De bomen spreken niet met woorden, maar ze getuigen van een weten dat ouder is dan taal. Ze zeggen niet: “kijk naar mij,” maar: “herinner je wie je bent.” In hun aanwezigheid wordt niets van je gevraagd, behalve aanwezig zijn.
In deze ontvankelijkheid verdwijnt het idee dat we iets moeten worden. Het bestaan vraagt geen prestatie, geen verbetering. Alleen aandacht. Alleen eenvoud. En in die eenvoud vinden we terug wat we nooit zijn kwijtgeraakt: verbondenheid, heelheid, rust.
Niet de rust van een afgezonderd toevluchtsoord, maar de rust die ontstaat wanneer we ophouden onszelf als een bezoeker van het leven te zien. Wanneer we weer durven beseffen: ik bén leven. Ik bén aarde. Ik bén adem, golf, ritme, ruimte.
Thuiskomen betekent dan niet terugkeren naar een plek, maar wakker worden in het vanzelfsprekende: dat we gedragen worden, gevoed, en nooit werkelijk los van het grote geheel.
En wie eenmaal zo leeft, leeft niet méér of béter dan een ander. Alleen misschien… zachter. Nabijer. Als een bloem die niet weet dat ze bloeit, maar de zon volgt omdat het haar natuur is.
Reacties
Een reactie posten