Brandnetel
Brandnetel.
De reden waarom de brandnetels de duistere figuren op een afstand konden houden is heel eenvoudig te verklaren. In het volksgeloof dacht men dat deze geesten als mensen gedaante rondliepen dus zich ook branden aan de netels en daarom vluchtte.
Een plantkundige uit vroegere tijd schreef het volgende ter illustratie van de duivel zijn botanische onkunde: ,,Dat krut kenn ick – säd de Düvel – un sett sick in de Brennetel.”
Naar het volksgeloof in Neudörfel (Saksen) kwamen speciaal op Sint Michielsdag (29 sep.) de heksen bijeen om op kruiswegen, waar veel brandnetels groeiden, te vergaderen. Ook maakten ze van deze gelegenheid gebruik om brandnetels te plukken en ze door hun toverdrankjes te mengen.
De Slovaakse bewoners in het dorpje Selec gebruikte de brandnetel voor allerlei ziekten. Deze bewoners waren zo dom dat ze zout gingen zaaien met de hoop zout te kunnen oogsten. Er kwamen echter alleen brandnetels op, die ze als jonge zoutplanten beschouwden, vooral toen ze ondervonden dat de hele jonge plantjes op hun tong branden.
Ze wilden met het oogsten wachten tot de zoutplanten volgroeid en minder brandend van smaak waren. Een paar vrouwen die niet mee deden met dergelijke onzin zagen wat er op het land groeiden en gingen in de nacht de brandnetels afsnijden voor hun ganzen en biggen.
Toen de dorpelingen naar het land gingen kijken waar ze het zout hadden gezaaid zagen ze dat er planten verdwenen waren. Ze waren van mening dat het een worm moest zijn die ze op vrat. ’s Avonds gingen ze gewapend met allerlei gereedschap op jacht om het dier te doden.
Een man verwonde zich aan een sikkel die één van de vrouwen vergeten was om mee te nemen. De anderen waren zo geschrokken dat ze als een stelletje bange hazen er vandoor gingen en niet meer terug naar het land durfden die door grimmige geesten bewaakt werden.
In de vroegere denkwijze van het volk speelde planten met brandharen, stekels of dorens een belangrijke rol. De aan Thor gewijde Brandnetel werd dan ook als antidemonisch beschouwd.
Deze antidemonische werking vinden we ook terug in de oude toverliteratuur van ‘Hermes Trismegistos’. Hij schrijft dat: “Brandnetels en Duizendblad in de hand gehouden tegen alle angst en duivelse invloeden beschermt”.
Ook onze grote kruidkundige Rembert Dodoens beschrijft dit gebruik in zijn Cruydt-Boeck, maar gebruikt daarvoor twee kruiden:
“De ghene die de Netelen over hem draeght / met wat bladeren van Vijfvingher cruydt / die sal vrij sijn van alle gheesten ende. verschijnselen die de mensche pleghen te vervaeren: want sij benemen den mensche alle vreese / als sommighe versekeren”.
De Brandnetel is een echte plant om een betovering te verbreken.Daarom hangen (1927) Russische, Finse en Hongaarse boeren op de vooravond van Sint Jan (24 juni) Brandnetels aan hun ramen en staldeuren om het vee en zichzelf te beschermen tegen betoveringen en kwade geesten.
In de zeventiende/achttiende eeuw (Duitsland) deed men het volgende: wanneer de boter zich niet goed genoeg liet uit roeren, geselde men de karnton met een bos brandnetels. Wanneer de boter gekarnd is, wordt de botermelk in een gat in de aarde gegoten, vervolgens slaat men er een paal in en begraaft men de gebruikte netelroede ernaast.
Het volgende staat beschreven in een gevoerd heksenproces, wat plaats vond in Siebenburg (1641). Daarin wordt vermeld dat de melk van een behekste koe op een Brandnetel moest worden uitgegoten. Vervolgens werd dan de Brandnetel met een stok geslagen zodat de heks die het vee betoverd had te voorschijn moest komen.
In Bohemen had men het volgende ritueel, men gooide op kerstavond een wortel van de Brandnetel in de melk, die tot de kaas bereiding diende. De melk met de wortel bleef tot het feest van ‘Epiphanias’ (6 januari) in de kuip staan, daarna werd de melk op de mesthoop gegooid. Dit alles diende om beheksing van de melk te voorkomen.
Boeren in de streek van Szegeder (Hongarije) sneden in de pinksternacht netelstengels af waarmee men het vee sloeg om te voorkomen dat het behekst zou worden.
Op Walpurgisnacht stak men in West Bohemen (Duitsland) brandnetels in de mesthoop en sloeg daarop, met de mening dat dit de heks zou voelen en de macht niet meer had om het vee te betoveren.
Ondanks al deze beschermende raadgevingen lopen we er maar stiekem, met een boogje, langs deze branderige prikkelaar heen.

Reacties
Een reactie posten