Zomaar twee vrouwen uit de Oude Jodenhoek
Zomaar twee vrouwen uit de Oude Jodenhoek.
In de jaren dertig van de 20ste eeuw leefde meer dan de helft van de ruim 100.000 Nederlandse joden in Amsterdam, terwijl slechts tien procent van de totale bevolking van Nederland in de hoofdstad woonde. Hoewel vele joden in de voorafgaande decennia al naar andere stadsdelen waren vertrokken, woonde een groot deel nog steeds in de buurt rond de Jodenbreestraat, het Waterlooplein en de Uilenburgerstraat. Tot op de dag van vandaag spreekt de zogenaamde jodenbuurt met haar kleurrijke bewoners tot de verbeelding. In de verschillende anekdotes die de ronde doen, worden regelmatig de visverkoopster Brutale Coba en haar overbuurvrouw Blonde Beckie genoemd.
Ze woonden beiden in de ‘Vissteeg’ – de gangbare bijnaam van de Houtkopersdwarsstraat. Nu is dat een korte maar vrij brede verbindingsstraat vol nieuwbouw tussen het Waterlooplein en de Jodenbreestraat, maar destijds was het nog een smal en armoedig steegje, dat tot 1878 Vlooienburgsteeg had geheten. De verhalen over die twee joodse vrouwen passen in de vaak geromantiseerde beeldvorming over de oude Jodenbuurt. Juist doordat na de Duitse bezetting zo veel buurtbewoners er niet meer waren en hele straatgedeelten waren uitgesloopt, werden de verhalen over de levendige vooroorlogse buurt uit nostalgie vaak stevig aangedikt, bijvoorbeeld door een schrijver als Meyer Sluyser. Een kritische geschiedvorser zou daarom zelfs aan het hele bestaan van Brutale Coba en Blonde Beckie kunnen gaan twijfelen. Waren zij misschien niet meer dan symbolen voor het joodse straatleven van weleer?
Maar voor zo’n twijfel is in dit geval geen grond. Met behulp van officiĆ«le documenten en herinneringen van nazaten kon ik achterhalen hoe deze vrouwen werkelijk heetten en hoe hun leven verliep. De resultaten van dat onderzoek roepen tegelijk een beeld op van het leven in de jaren dertig in die Vissteeg en de Jodenbuurt als geheel. Hoe zag de economische en sociale situatie van de bewoners eruit? Hoe religieus waren zij? En wat bleef er over van de oorspronkelijke sfeer van de buurt, toen veel mensen eruit wegtrokken?
Brutale Coba heette eigenlijk Rachel Moffie, kreeg ik al gauw te horen. In het bevolkingsregister was zij eenvoudig te traceren. Op 8 oktober 1874 om zeven uur ’s avonds werd Rachel geboren op het adres Uilenburgersteeg 25. Die steeg lag in het verlengde van de Houtkopersdwarsstraat, tussen de Jodenbreestraat en de Joden Houttuinen. Die Joden Houttuinen, ten noorden van de Jodenbreestraat en evenwijdig eraan, verdwenen in de jaren zestig door de drastische verbreding van die straat. “Wegens de sabbath” was Rachels geboorteakte niet ondertekend.
Zij was het eerste kind van Vogeltje Keijl (1854-1918) en koopman Emanuel Moffie (1850-1929). Negen kinderen zouden volgen, waarvan twee op jonge leeftijd overleden. Het gezin verhuisde van het ene adres naar het andere. Dit was op zich niet opmerkelijk. Aan het eind van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw was verhuizen aan de orde van de dag, want het was gebruik dat voor de eerste dagen of soms zelfs weken geen huur hoefde te worden betaald.
In de Vissteeg (de bijnaam zegt het al) behoorde Blonde Beckie behoorde tot de weinige bewoners die niets met visverkoop of straathandel te maken hadden. Visverkoopster Brutale Coba daarentegen was een van de vele joodse venters in Amsterdam. Tussen beide wereldoorlogen was niet minder dan ƩƩn op de drie Amsterdamse handelaren in fruit, vis, bloemen en groenten joods. Wanneer Rachel Moffie vis ging verkopen is niet precies te zeggen. Op 10 maart 1935 kreeg zij een vergunning van de Dienst Marktwezen. Maar gezien haar leeftijd (toen 60 jaar) is het aannemelijk dat zij al veel eerder met vis heeft gestaan. Pas in 1934 vaardigde Amsterdam als eerste gemeente in Nederland een verordening uit voor de straathandel.
Venters en opkopers moesten voortaan een vergunning aanvragen; tot dan toe was dat facultatief. In principe is het mogelijk dat Rachel al vóór 1935 een marktvergunning kreeg, maar die is in ieder geval niet terug te vinden. Maar wie was Blonde Beckie nu precies? Het antwoord bleek te vinden in de woningkaarten van de Houtkopersdwarsstraat in het Amsterdamse Gemeentearchief en de gezinskaarten van de bewoners. De steeg telde meerdere families Schellevis, maar alleen het echtpaar Salomon Schellevis en Rebecca Canes had zowel een café in deze steeg als een zoon die Maurits heette! Beckies echte naam was dus Rebecca Schellevis-Canes.
Op 28 februari 1884 werd zij in Amsterdam geboren. In 1903, toen Rebecca 19 jaar oud was, trouwde zij met Salomon, even oud als zij en ook Amsterdammer. Schellevis stond in het bevolkingsregister eerst als koopman te boek en later als koffiehuishouder. Na negen eerdere verhuizingen, ging het gezin in 1922 in de Houtkopersdwarsstraat wonen, op nummer 4, halverwege het straatje. In 1935, toen Beckie en Salomon al zeven kinderen hadden, verhuisden zij naar het hoekpand schuin aan de overkant: Jodenbreestraat 32, naast Houtkopersdwarsstraat 1. Dat was dus pal tegenover het huis van Rachel Moffie alias Brutale Coba. Hier nam de familie Schellevis een al bestaand cafƩ over. Weer drie jaar later (1938) volgde een nieuwe verhuizing: de Schellevissen gingen nu op nummer 30 boven Rachel en haar familie wonen.
Maar eind jaren dertig, toen velen waren weggetrokken, was de oude Jodenhoek al lang niet meer zo overbevolkt als rond 1900 en dus ook heel wat minder smerig en rumoerig. Veel krotten waren gesloopt. Het buurtleven werd wat anoniemer, want in de synagoge zag men elkaar ook steeds minder. Zo’n bruiloft als die in 1937 kreeg daarmee extra betekenis: dan voelde men weer even de oude saamhorigheid. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam er abrupt en voorgoed een einde aan. Slechts in verhalen leven de buurt en haar bewoners voort. Rachel Moffie stierf op 13 maart en Rebecca Schellevis op 4 juni 1943 – allebei in het vernietigingskamp Sobibor.

Reacties
Een reactie posten