Er komt zo’n moment
Er komt zo’n moment. Zo’n moment waarop je het weet, tot in je botten voelt: dit wil ik niet meer. Niet nog een keer. Niet weer jezelf verliezen in iets waarvan je allang weet dat het je meer schaadt dan goed doet. Niet weer blijven hangen in een patroon dat je gevangen houdt. Je voelt het glashelder: dit werkt niet voor mij.
Lange tijd heb ik, als ik het moeilijk had, mijn gevoelens weggedrukt. Niet omdat ik dacht dat het de beste manier was, maar omdat ik niet anders kon. Het was een reflex. Doorgaan, slikken, niet te veel voelen. Want als ik het toeliet, als ik écht zou voelen, dan wist ik niet of ik het aankon. Dus duwde ik het weg. Totdat het zich begon op te stapelen, tot ik overliep. Ik moest steeds harder werken om de bal onder water te houden.
Misschien herken je dat wel. Dat je merkt dat je steeds opnieuw hetzelfde doet, terwijl je wéét dat het je niet dient. En dan komt dat moment waarop je voelt: dit wil ik niet meer. Je neemt je voor het anders te doen.
Maar weten dat je iets niet meer wilt, betekent niet dat je het meteen kunt veranderen. Tussen het besef en de echte verandering zit een ruimte. Een leegte die je moet overbruggen.
En die ruimte kan ondraaglijk voelen. Omdat je niet wilt struikelen. Omdat je van jezelf verwacht dat je, zodra je weet wat je niet meer wilt, het ook meteen kunt loslaten. Alsof verandering iets is wat je in één rechte lijn kunt afdwingen. Maar zo werkt het niet.
Kinderen leren lopen door eerst te tijgeren, dan te kruipen, dan te staan. En niemand lacht ze uit als ze wankelen. Iedereen juicht als ze hun eerste stapjes zetten. Maar zodra je volwassen bent, verlies je dat geduld met jezelf. Je denkt: ik heb besloten dat ik iets anders wil, dus waarom doe ik het dan niet gewoon?
En precies daar, in die verwachting, schuilt het gevaar. Want als het dan niet meteen lukt, als je jezelf toch weer betrapt op oud gedrag, voel je schaamte. Gevoelens van falen. En wat doet schaamte? Ze duwt je terug in dat patroon. Omdat dat vertrouwd is. Omdat je dáár in ieder geval weet wat je kunt verwachten.
Wat als je jezelf dezelfde ruimte zou gunnen als een kind dat leert lopen? Wat als je elk klein stapje zou erkennen? Niet vanuit perfectie, maar vanuit groei. Misschien is dat wel de sleutel: niet wachten tot je ‘er’ bent, maar leren om onderweg vriendelijk voor jezelf te blijven.
Ik kies ervoor om te oefenen. Om de ruimte tussen intentie en verandering niet te zien als falen, maar als een proces. Om mezelf niet neer te halen als ik even wankel.
Misschien is dat wel de echte verandering.
Reacties
Een reactie posten